Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

equator - (evenaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

equator zn. ‘evenaar’
Vnnl. ‘evenaar’ in 13 graden des Equators (genitief) [1598; WNT Supp.].
Ontleend aan Neolatijn aequator (diei et noctis), letterlijk ‘gelijkmaker van dag en nacht’, als aanduiding voor de denkbeeldige ring rond de aarde op gelijke afstand van de twee polen, en waarop dag en nacht even lang zijn als de zon (vanaf het aardoppervlak gezien) recht boven deze lijn staat. Dit is een nomen agentis bij het werkwoord aequāre ‘gelijkmaken’, afgeleid van het bn. aequus ‘gelijk’, van onbekende verdere herkomst.
Het betreft een vakterm uit de middeleeuwse astronomie. Later werd het een aardrijkskundige term voor die breedtegraad, waarop alle punten even lange dagen en nachten vertonen en die dus de aardbol in een noordelijke en een zuidelijke helft verdeelt. De leenvertaling → evenaar is in het Nederlands gebruikelijker.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

equator [evenaar] {1598} < modern latijn equator [die gelijk maakt], van aequare (verl. deelw. aequatum) [gelijk maken], van aequus [gelijk].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

equator (Latijn aequator)

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Aequátor (Lat.; = gelijkmaker; < aequáre = gelijkmaken). 1) Grote cirkel aan de hemelbol op gelijke afstanden van de polen. Als de zon zich bevindt in het vlak van deze cirkel, zijn dag en nacht gelijk geworden; vd. de naam. 2) Later ook: grote cirkel op de aarde, op gelijke afstanden van de polen. 3) Cirkel op omwentelings-ellipsoïde, op gelijke afstanden van de polen. Stevin (1548-1620) gaf de Nederlandse vertaling → evenaar. De term aequátor is een vertaling van de Griekse term ἰσημερινός κύκλος (isèmerinos kyklos); (< ἴσος (isos) == gelijk, + ἡμέρα (hèmera) = dag, + κύκλος (kyklos) = cirkel) bet. cirkel waar de dagen gelijk zijn (nl. aan de nachten).

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Aequator (< aequare = gelijk maken). De naam drukt uit, dat, wanneer de zon in den aequator staat, dag en nacht even lang zijn. Stevin (1548–1620) gaf de vertaling evenaar.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

equator ‘evenaar’ -> Indonesisch ékuator, ékwator ‘evenaar’; Sranantongo eikwador ‘evenaar’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

equator evenaar 1598 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut