Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

epoche - (tijdperk)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

epoche [tijdperk] {epocha 1720, epoche 1901-1925} < laat-latijn epocha < grieks epochè (vgl. epoque).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

epoche znw. v., reeds in de 17de eeuw in het humanistenduits < lat. epocha < gr. epochḗ ‘stilstaan, ophouden’, dan ‘punt in een tijdsverloop, belangrijk tijdpunt’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

epoche (Grieks epochè)

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Epoche (= Gr. ἐποχή (epochè) = het stilhouden, rustpunt). 1) In de chronologie betekent epoche een belangrijke gebeurtenis, die als uitgangspunt van een tijdrekening kan dienen; verder de tijdrekening zelf. 2) In de astronomie: het tijdstip, waarop een hemellichaam een bepaalde ons interesserende plaats van zijn baan inneemt. Als zodanig behoort de epoche tot de zes baanelementen. Nog andere astr. betekenissen zijn: 3) een willekeurig beginpunt bij berekeningen, zoals b.v. het ogenblik waarop een planeet een bepaalde heliografische lengte heeft, of waarop een veranderlijke ster haar maximum helderheid bereikt; 4) het tijdstip waarvoor de op een sterrenkaart of -catalogus aangegeven coördinaten precies juist zijn.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

epoche tijdperk 1720 [MEY] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut