Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

epigoon - (navolger)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

epigoon zn. ‘navolger’
Nnl. epigoon ‘id.’ [1867; WNT Aanv.].
Wrsch. overgenomen uit Duits Epigone ‘navolger, naäper’, dat in de 19e eeuw werd ontleend aan Grieks epígonos ‘nageborene’, gevormd uit het voorzetsel epí ‘na’ (zie → epidemie) en een afleiding bij het werkwoord gígnesthai ‘ontstaan’ dat verwant is met Latijn genus ‘geslacht’ (zie → gen) en met → kunne.
In de Griekse sagen wordt verteld dat de zonen, de Epigonoi, van de zeven helden die waren gesneuveld bij de aanval op Thebe, 10 jaar na de dood van hun vaders erop uittrokken om hen te wreken. Ze veroveren Thebe weliswaar, maar alleen omdat de stad intussen verzwakt is. Bovendien hebben de inwoners op aanwijzing van een ziener de stad verlaten. Vandaar de algemene betekenis ‘zwakke navolger’. In Duitsland werd de term zeer bekend door de roman ‘Die Epigonen’ (1836) van Karl Immermann (1796-1840), waarin de eigen tijd wordt geanalyseerd als de tijd van de epigonen (na de bloeitijd van Romantiek en Classicisme in Duitsland).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

epigoon [navolger] {1847 als ‘nageslacht’; de huidige betekenis 1886} < frans épigone [idem] < grieks epigonos [later geboren, nakomeling], van epigignesthai [later geboren worden], van epi [daarop, na] + gignesthai [geboren worden], gonos [kind, kroost, geslacht] (vgl. genesis); de Epigonoi [Epigonen] waren de opvolgers van Alexander de Grote.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

epigoon znw. m., sedert de 19de eeuw als ontlening aan gr. epígonoi ‘de nageborenen’, dat voor de opvolgers van Alexander de Grote gebruikt werd en dan later leidde tot de betekenis van ‘zwakke navolgers van grote voorbeelden’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

epigoon (Grieks epigonos of Frans épigone)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Epigonen (Gr. epigonoi = afstammelingen). In de Grieksche sagenleer werden bij voorkeur de zonen van de zeven helden, die tegen Thebe optrokken, om den dood huns vaders te wreken en daarbij op één na omkwamen, met dezen naam aangeduid. In de geschiedenis heeten epigonen de zonen van de diadochen (opvolgers van Alexander den Grooten), die het Rijk bestuurden. Tegenwoordig noemt men epigonen de navolgers van groote dichters, geleerden enz.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

epigoon ‘navolger’ -> Indonesisch épigon ‘navolger’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

epigoon navolger 1867 [Aanv WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut