Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

enthousiasme - (geestdrift)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

enthousiast bn. ‘geestdriftig’
Nnl. enthousiasten (zn. mv.) ‘door de godheid geïnspireerde personen’ [1566; WNT], enthoesiasten (zn. mv.) ‘geestdriftigen’ [1788; WNT]. Als bn. pas in de 19e eeuw, enthousiast [1848; WNT], naast enthusiastisch [1824; Weiland].
Ontleend aan Frans enthousiaste ‘door de godheid geïnspireerde persoon’ [1544; Rey] < Grieks enthousiastḗs, een afleiding bij het werkwoord enthousiázein ‘in goddelijke vervoering zijn’, afleiding van het bn. éntheos ‘god in zich hebbend’, gevormd uit het voorzetsel en ‘in’ (zie → energie) en het zn. theós ‘god’, zie → theologie.
In het Grieks duidde enthousiasmós oorspr. een situatie aan waarin de menselijke geest is doordrongen van het Heilige. Later werd het christelijk omgevormd en gebruikt als aanduiding voor een extatische verering van God. Daardoor ontstond ook de betekenis ‘dweperij’. In de 18e eeuw werd het woord uit de religieuze atmosfeer gehaald en kreeg het de algemene betekenis ‘geestdrift’. In het Nederlands werd enthousiast net als in het Frans eerst als zn. gebruikt en pas later als bn. Algemene toepassing vindt pas in de 20e eeuw plaats.
enthousiasme zn. ‘geestdrift’. Nnl. enthusiasme “gheestdrijvery” [1669; Meijer], enthousiasme [1784; WNT wezen II]. Ontleend aan Frans enthousiasme ‘geestdrift’ [1546].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

enthousiasme [geestdrift] {1784} < frans enthousiasme < grieks enthousiasmos [geestvervoering], van enthousiazein [door een god bezeten of buiten zinnen zijn], van en [in] + theos [god], verwant met latijn deus [idem].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

entoesiasme s.nw.
Geesdrif.
Uit Ndl. enthousiasme (1784).
Ndl. enthousiasme uit Fr. enthousiasme uit Grieks enthousiasmos 'geestesvervoering' uit enthousiazein 'deur 'n god besete' of 'buite jou sinne wees', met lg. uit in en theos 'god', verwant aan Latyn deus 'god'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

enthousiasme (Frans enthousiasme)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

enthousiasme ‘geestdrift’ -> Indonesisch antusiasme ‘geestdrift’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

enthousiasme geestdrift 1784 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut