Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ent - (spruit of loot)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ent znw., mnl. mnd. ente v. van fr. ente.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

2ent s.nw.
1. Plek waar een plant op 'n ander geënt (1ent 1) is. 2. Plek waar iemand geënt (1ent 3) is. 3. Entstof.
In bet. 1 uit Ndl. ent (Mnl. ente 'jong boom') 'loot van 'n boom', terwyl bet. 2 en 3 in sowel Ndl. as Afr. wsk. saam met bet. 3 en 4 van die ww. ent (sien 1ent) ontwikkel het.

1entjie s.nw.
Loot of ogie op 'n ander plant oorgeplant.
Afleiding met -jie van ent (2ent). Eerste optekening in Afr. by Du Toit (1908).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ent ‘loot van een boom’ -> Duits dialect Enke ‘loot van een boom’.

Hosted by Meertens Instituut