Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

engerling - (larve van de meikever)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

engerling zn. ‘larve van de meikever’
Nnl. engerling ‘id.’ [1859; WNT emelt]. In 1767 [WNT] nog aangemerkt als de Duitse vertaling van korenworm.
Ontleend aan Duits Engerling ‘larve van de meikever’, ontwikkeld uit Oudhoogduits engiring ‘kleine worm’, een verkleinwoord van angar(ī) ‘made, larve’.
De verdere herkomst is onduidelijk. Andere Germaanse verwante woorden zijn er niet (ozw. ænger ‘worm’ is wrsch. uit het Duits overgenomen). Verwanten daarbuiten zijn mogelijk Latijn anguilla; Litouws ungurỹs; Russisch úgor', alle ‘aal’, die bij een wortel pie. *h2engwh- zouden behoren. Het feit dat het alleen in het Duits voorkomt, doet dan echter vreemd aan.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

engerling [larve van meikever] {1859} < hoogduits Engerling, oudhoogduits angar(i) [made, eig.: slangetje]; buiten het germ. latijn anguis, litouws angis, russisch [slang], latijn anguilla, grieks egchelus [aal].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

engerling znw. m. ‘larve van de meikever, kwatworm’, dat volgens Houttuyn (18de eeuw) uit mhd. engerlinc ontleend zou zijn (WNT 3, 4129), waarnaast ook engerinc, ohd. engirinc. Het woord is afgeleid van ohd. angar, angari ‘made’, mhd. anger, enger en betekent eig. ‘slangetje’, vgl. lat. anguis, lit. angìs, opr. angis, russ. ‘slang’, vgl. miers esc-ung ‘waterslang’, verder nog lat. anguilla, gr. égchelus ‘aal’. Idg. grondvorm *angu̯(h)i- (IEW 43-44).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

engerling (masker van den meikever, kwatworm, elft, emelt), nog niet bij Kil. = mhd. engerlinc m. “korenworm” (nhd. engerling “larve van meikever en brems, mijt”) naast ouder engerinc, ohd. engirinc m. “id.”. ’t Ndl. woord komt wellicht, althans in de eerstgenoemde bet., uit ’t Du. Ohd. engirinc is gevormd van ’t synonieme angar, angari m., dat oorspr. “wormpje, slangetje” beteekende en verwant is met ier. esc-ung (“moerasslang” >) “aal”, lat. anguis “slang”, anguilla “aal”, (gr. énkhelus met media lesb. ímbēris “id.”?), russ. už, lit. angìs “slang, adder”, russ úgor’, lit. ungurỹs “aal”, po. węgry “blaaswormen in varkensvleesch”, lit. anksztiraĩ “blaaswormen”, (arm. auj “slang”?). Moeilijk hiervan te scheiden is russ. úgor’ “puist” (zie echter bij aambei).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

engerling m., + Hgd. engerling, dimin. van enger, Ohd. angari + Po. węgry, Lit. anksztiraĩ = blaasworm, verder Lat. anguilla: z. aal 2.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

engerling (Duits Engerling)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

engerling larve van meikever 1766 [HOU I, 9, 215] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal