Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

embleem - (symbool; beeldmerk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

embleem zn. ‘symbool; beeldmerk’
Vnnl. Emblemata (mv.) ‘zinnebeeldige platen met bijschrift, beduidingspreuken’ [1624; WNT], emblema “beeldwerk” [1650; Hofman], embleme [1658; Meijer], Emblema ‘beeldmerk (ter herkenning)’ [1671; WNT], Emblema ‘beeldmerk (ter versiering)’ [1774; WNT rhetor], embleem ‘symbolisch beeldmerk’ [1908; WNT zuiverheid].
Ontleend aan Grieks émblēma ‘wat als versiering aangebracht is, tussenvoeging’, een afleiding van het werkwoord embállein ‘inwerpen’, gevormd uit en (zie → energie) en bállein ‘werpen’ (zie ook → ballistiek). De betekenis is ontleend via middeleeuws Latijn emblema ‘zinnebeeldige prent waarboven veelal een motto en daaronder een korte verklarende tekst’ (mv. emblemata) uit Latijn emblēma ‘reliëfversiering op vazen, mozaïekwerk’. Later opnieuw ontleend via Frans emblème ‘zinnebeeld, vaak met een devies, symbool’ [1560].
Van de 16e tot in de 18e eeuw verschenen in Nederland honderden emblemata-bundels, waarvan de Emblemata amatoria van Heinsius de oudst bekende is. Naast dit specifieke gebruik bestond emblema, later met verdofte uitgang embleme, ook in een algemenere betekenis ‘beeldmerk’. De meervoudsvorm op -ata hield stand tot de introductie van de op het Frans gebaseerde vorm embleem in de 19e eeuw en wordt nu vrijwel alleen nog gebruikt als meervoud van het bovengenoemde historische begrip emblema ‘zinnebeeldige prent’. Meijers Woordenschat kent de Franse vorm emblème al vanaf 1805 (en vervangt daarmee embleme uit de voorgaande drukken); in het WNT komt embleme noch emblème voor, embleem verschijnt begin 20e eeuw.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

embleem, emblema [zinnebeeld, herkenningsteken, zinnebeeldige plaat] {emblema, mv. emblemata 1625} < frans emblème of direct < latijn emblema [mozaïek, inlegwerk, beeldwerk in reliëf op vazen] < grieks emblèma [het ingezette], van emballein [in iets werpen, invoegen], van en [in] + ballein [werpen].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

embleem (Frans emblème)
emblema (Latijn emblema)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

embleem ‘zinnebeeld, herkenningsteken, zinnebeeldige plaat’ -> Indonesisch émblém ‘zinnebeeld’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

embleem zinnebeeld, herkenningsteken, zinnebeeldige plaat 1625 [WNT] <Frans of Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut