Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ellepijp - (dikste van de twee onderarmbeenderen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ellepijp zn. ‘dikste van de twee onderarmbeenderen’
Vnnl. Elle-pijpen (mv.) ‘id.’ [1645; WNT].
Samenstelling van → el (oorspr.) ‘onderarm’ en → pijp, naar analogie van het oudere → elleboog.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ellepijp [dikste bot in benedenarm] {1645 voor ieder been in de arm; de huidige betekenis 1867} van el, waarnaar de maat is genoemd + pijp, van pijpbeen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ellepijp ‘dikste bot in benedenarm’ -> Negerhollands elle ‘dikste bot in benedenarm’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ellepijp dikste bot in benedenarm 1867 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut