Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

eldorado - (paradijs, plaats van weelde)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

eldorado zn. ‘paradijs, plaats van weelde’
Nnl. Dorado, El-dorado zonder betekenis [1824; Weiland], Eldorado ‘het goudland’ [1847; Kramers], overdrachtelijk gebruikt in 't dorado van zijn wenschen [1849; WNT goudland]. Vrijwel zeker ouder [eind 16e eeuw; Delattre 1943, 20].
Ontleend aan Spaans El Dorado, letterlijk ‘de vergulde (man)’, waarin el het bepaald lidwoord is en dorado het verl.deelw. van dorar ‘vergulden’ < Latijn deaurāre ‘vergulden’, gevormd uit het voorvoegsel de- en het werkwoord aurāre ‘vergulden’, een afleiding van het zn. aurum ‘goud’, zie → aureool. Het Spaanse lidwoord wordt niet meer als zodanig gevoeld en is onderdeel van het woord zelf geworden.
Volgens de legende, die voor het eerst halverwege de 16e eeuw onder goudzoekers opduikt, en waarvan vele variaties bestaan, zou op de bodem van het Guatavita-meer bij Bogotá in Colombia veel goud liggen, als gevolg van offers gedaan door indianenkoningen tijdens de inwijdingsceremonie. Ook de nieuwe koning zelf zou daarbij met goudstof zijn ingesmeerd, vandaar de naam El Dorado. Later werd de naam opgevat als die van een onbekende plaats, el dorado país ‘het goudland’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

eldorado [paradijs] {1847, dorado 1901-1925} < spaans el dorado (país), van el [het] + dorado [verguld, goudkleurig, voorspoedig, welvarend], waarbij verzwegen is ‘land’, van een cacique (stamhoofd) el dorado, die volgens de verhalen overdekt met goudpoeder werd begraven. Het spaanse lidwoord el werd in andere talen niet herkend, wat leidde tot de stapelvorm ‘het eldorado’. Dorado < latijn deauratus, verl. deelw. van deaurare [vergulden] (vgl. jeunesse dorée).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

eldorado znw. o. < sp. el dorado (país) ‘het vergulde (land)’, sedert Pizarro († 1541) het in Venezuela gezochte goudland. De sage ontstond naar aanleiding van een cultushandeling van de vorst van Guatafila, die met goudstof bepoederd in de heilige zee baadde.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

eldorado znw.o. Internationaal woord, teruggaand op spa. eldorado “het vergulde”, den naam van ’t aan de kust van Venezuela gezochte goudland.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

1dorado s.nw.
Daeraad (3daeraad).
Uit Ndl. dorado (1602).
Ndl. dorado uit Port. dorado 'goudmakriel', so genoem omdat die vis in die see dikw. geel, soms goudkleurig, vertoon.
Eng. dorado.

2dorado s.nw.
Luilekkerland, goudland.
Uit Ndl. dorado (1849).
Ndl. dorado uit Sp. dorado uit Latyn deauratus 'verguld', met lg. van aurum 'goud', so genoem n.a.v. die talle fabels van 'n paradysagtige land waar goud oorvloedig sou voorkom.
Eng. dorado, Fr. dorade, Port. dourado, Sp. dorado.

eldorado s.nw.
Plek van welvaart of voorspoed.
Uit Ndl. eldorado (1824).
Ndl. eldorado uit Sp. el dorado, lett. 'die vergulde, die goudkleurige', wat verwys na 'n denkbeeldige land of stad met goud en gesteentes in oorvloed wat aan die kus van Venezuela geleë sou wees.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

Eldorado [paradijs]. Eldorado is bij ons de naam van een denkbeeldig gewest dat alle heerlijkheden in zich verenigt, een paradijs op aarde aan de werkelijkheid waarvan echter niemand gelooft. Maar van de velen die het woord gebruiken, zijn weinigen met de oorsprong bekend. Het woord is Spaans en samengesteld uit het lidwoord el, dat eigenlijk afzonderlijk behoorde geschreven te worden, en dorado, het verleden deelwoord van dorar ‘vergulden, met goud overtrekken’. De letterlijke betekenis van het woord geeft grote waarschijnlijkheid aan de mening van de heer P.A. Tiele (zie zijn Ontdekkingsreizen sedert de 15de eeuw), dat de sage van Eldorado haar oorsprong verschuldigd is aan het verhaal van een Indiaans vorst, die zijn lichaam met goudstof bestrooide. Van een persoon moet vervolgens de naam op een land of gewest zijn overgebracht, aanvankelijk in de Andes gezocht, en toen dit vruchteloos bleek, meer oostelijk naar Guyana verplaatst.

Gedurende veertig jaar werden door een reeks van grotere en kleinere Spaanse expedities vergeefse pogingen aangewend om Eldorado te vinden; later namen ook Engelse reizigers, vooral de beroemde Sir Walter Raleigh, aan deze onderzoekingen deel. Ofschoon ze nooit enig resultaat opleverden, vindt men op alle kaarten van Zuid-Amerika en Guyana, in de zeventiende en achttiende eeuw verschenen, het meer van Parima, het middelpunt van het Goudland, soms met de goudrijke stad Manoa del Dorado erbij aangewezen. Merkwaardig is wat daarover is medegedeeld in het pas uitgegeven schone werk van generaal P.M. Netscher, Geschiedenis van de Koloniën Essequebo, Demerary en Berbice, ‘Bij de Spanjaarden aan de Orinoco en bij de Nederlandsche kolonisten aan de Essequebo,’ zo lezen wij daar, p. 25, ‘zijn de illusiën van een wondermeer waar schatten te vinden waren, nog lang blijven voortleven. Wij zullen hieronder, in den loop van ons verhaal, doen opmerken, hoe nog herhaaldelijk door onze Commandeurs aldaar enkele ondernemende personen naar de binnenlanden zijn uitgezonden, om naar goud, zilver en andere mineralen te zoeken (vooral door den Directeur-Generaal Storm van ’s Gravesande tusschen 1740 en 1772); terwijl zelfs nog in 1775 uit de Orinoco een groote Spaansche expeditie daartoe werd uitgerust, waarbij honderden het leven lieten.’ Eerst door de wetenschappelijke onderzoekingen van Alexander von Humboldt en Sir Robert Schomburgk is het geloof aan de fabel van Eldorado voorgoed vernietigd. [V]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

eldorado (Spaans el dorado (país))

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Dorado (Spaansch) noemde men in Europa den vorst van een land ergens in Zuid-Amerika, dat rijk aan goud en edelsteenen moest zijn. De vorst droeg een gewaad, met stofgoud bedekt, en heette daarom el dorado d.i. de vergulde. Later werd de naam op het land toegepast. Nog langen tijd bleef men aan het bestaan van dit goudland gelooven, en velen gingen het zoeken, zelfs nog in 1780, doch van toen af werd Dorado naar het rijk der verbeelding verwezen.
Figuurlijk beteekent Dorado thans een heerlijk, gelukkig oord, een paradijs.
(Men kan niet zeggen een El Dorado, wel een Dorado, immers El is het Spaansche lidwoord van bepaaldheid.)

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

eldorado paradijs 1847 [KKU] <Spaans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

547. Eldorado.

Een Spaansch woord, dat samengesteld is uit het lidwoord el en dorado, het verleden deelw. van dorar, vergulden, met goud overtrekken. ‘De letterlijke beteekenis van het woord geeft groote waarschijnlijkheid aan de meening, dat de sage van Eldorado haren oorsprong verschuldigd is aan het verhaal van een Indiaansch vorst, die zijn lichaam met goudstof bestrooide. Van een persoon moet vervolgens de naam op een land of gewest zijn overgebracht, aanvankelijk in de Andes gezocht, en, toen dit vruchteloos bleek, meer oostelijk naar Guinea verplaatst’ (Veth, Uit Oost en West, 63). De naam dateert uit het begin der 16de eeuw, den tijd der ontdekkingstochten. Volgens Schrader, 479 hoorde Balbao op zijnen tocht vertellen van een land, waar veel goud te vinden was. Dit werd ook in Spanje bekend, waar men dat land el dorado noemde, in de meening, dat het goud er maar voor het opscheppen lag. Volgens Woordenschat, 241 zou een luitenant van Pizarro het eerst dien naam aan Peru gegeven hebben. Thans verstaat men onder eldorado ‘een heerlijk land, een prachtige streek, ook een ruim en gemakkelijk huis, alles, waar men overvloedig vindt wat men gaarne heeft’. Ook in het fr. un Eldorado; hd. ein Eldorado; eng. an El Dorado. In 't begin der 19de eeuw komt eldorado in 't hd. in fig. zin voor; zie Schulz, 167.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut