Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

el - (oude lengtemaat (69 cm))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

el zn. ‘oude lengtemaat (69 cm)’
Mnl. elle ‘lengtemaat’ [1240; Bern.], elna ‘id.’ [1277; CG I, 352].
Os. elina; ohd. elina (nhd. elle); ofri. ielne; oe. eln (ne. ell); on. alin, öln (nzw. aln); got. aleina; < pgm. *alinō-, *alīnō- ‘elleboog’.
Verwant met Latijn ulna; Grieks ōlénē; Sanskrit aratní- ‘id.’; Oudiers uilen ‘hoek’; bij de wortel pie. *h1el- ‘gebogen’.
De maat is gebaseerd op de lengte van de menselijke onderarm en is dus eigenlijk de oude aanduiding voor → elleboog. Ze werd vooral gebruikt voor het afmeten van stoffen. Lichaamsdelen werden vaker als maat gebruikt, zoals → duim en → voet.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

el* [lengtemaat] {elne, elle [onderarm, vervolgens als maat gebruikt: el] 1277} oudsaksisch, oudhoogduits elina, oudfries ielne, oudengels eln, oudnoors ǫln, alen, gotisch aleina; buiten het germ. latijn ulna [elleboog, arm, el], grieks ōlenè [elleboog, arm], welsh elin [elleboog], oudiers uilenn, oudindisch aratni- [elleboog], ārtni- [uiteinde van de boog]; de oorspr. i.-e. stam betekende ‘buigen’; in elleboog is dit begrip dus tweemaal uitgedrukt.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

el znw. v., mnl. elle, elne, os. ohd. elina, ofri. ielne, oe. eln, on. ǫln, naast alen uit grondvorm *alǐnō; daarnaast got. aleina (< *alīnō en dan zijn de andere germ. vormen te verklaren als verkorting der tussen-syllabe, of als foutieve schrijfwijze voor *alina). — De bet. van ‘maat’ is secundair, eig. betekent het woord ‘elleboog’ vgl. gr. ōlénē ‘elleboog’, lat. ulna (< *olenā) ‘elleboog, arm’, oiers uilenn (< *olīnā) ‘hoek’ (IEW 307). — Zie: elleboog.

Voor de beoordeling van got. aleina is ook rekening te houden met iers uilenn, dat ook op een vorm met lange tussenvocaal teruggaat. Men kan dus reeds voor het idg. twee vormen aannemen: *olǐnā : olīnā. — Hoger op kan men dit woord terugvoeren op een idg. wt. *el-, elei-, lei- ‘buigen’, waartoe het woord lid 1 behoort, evenals luns. — In het idg. staan daarnaast andere vormen zoals oi. aratní- afgeleid van wortel *ole- en van afl. *elek: osl. lakŭtĭ ‘el’, lit. alkúnė, elkúnė, apr. alkunis ‘elleboog’, lett. èlks, èlkuons ‘el’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

el znw., mnl. elle, elne v. “el.” = ohd. elina (nhd. elle), os. elina, ofri. ielne, ags. eln (eng. ell), on. ǫln, got. aleina (een schrijffout voor *alina) v. “el”; uit het Germ. komen it. alna, fr. aune enz. De bet. “el” is uit “elleboog, voorarm” ontstaan (vgl. voet, span I, vadem); ook in andere idg. talen komt deze secundaire bet. voor. Op idg. *ō̌lē̌nâ- gaan verder terug ier. u(i)len “elleboog”, lat. ulna, gr. ōlénē “elleboog, voorarm”; andere afleidingen van den wortel ō̌lē̌- hebben dezelfde bet.: oi. aratní- “elleboog, el”, obg. lakŭtĭ “id.”, lit. alkúnė, elkúnė “elleboog”, úolektis “el”. Formeel slaan alb. łεrε (*lenâ-) “arm van den elleboog tot de hand”, arm. ołn “wervel, ruggegraat, rug”, uln “halswervel, hals” en oi. ā̌ṇi- “been boven de knie, as-spie, luns” dicht bij *ō̌lē̌-nâ-. Vgl. luns. Van denzelfden wortel nog verscheidene woorden in allerlei talen. Eenige worden bij lies I besproken.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

el. Naast on. ǫln ook alen (zeldzaam), ogutn. eln v. De ei van got. aleina wordt ook wel als oorspr. beschouwd, terwijl de middenvocaal van ohd. os. elina onder zwak accent zou verkort zijn: minder waarschijnlijk.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

el 2 v. (maat), Mnl. elle, elne, Os. elina + Ohd. elina (Mhd. elne, Nhd. elle), Ags. eln (Eng. ell), Ofri. ielne, On. ǫln (Zw. aln, De. alen), Go. aleina + Skr. aratniṣ, Gr. ōlénē, Lat. ulna, Oier. u(i)len, Osl. lakŭtĭ (d.i. *ol-kŭtĭ), Lit. ůlektis = elleboog: de oorpronkelijke bet. is onderarm; werd maatnaam evenals voet, duim, enz. Ging in ’t Rom. over: It. alna, Fr. aune.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

El (maat; in ’t Mnl. elle, elne) bet. eigenlijk onderarm; lichaamsdeelen werden oorspr. ook als lengtematen gebruikt: voet, palm, duim. Het woord komt ook voor in elleboog = armboog, armbuiging; Idg. olena, Gr. oolenè, Lat. ulna, Fr. aune.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

el ‘lengtemaat’ -> Ambons-Maleis èl ‘lengtemaat’; Atjehnees ila, hila, ilò ‘lengtemaat (de afstand van het midden van de borst tot de top van de middelste vinger bij zijwaarts gestrekte arm); meten (met een el)’; Jakartaans-Maleis élo ‘lengtemaat’; Javaans élo ‘lengtemaat’; Keiëes el ‘lengtemaat’; Kupang-Maleis èl ‘lengtemaat’; Madoerees elo, elōh ‘lengtemaat’; Makassaars êlo ‘lengtemaat’; Menadonees èl ‘lengtemaat’; Nias hela, helo, elo, ela ‘lengtemaat’; Soendanees elo ‘lengtemaat’; Ternataans-Maleis el ‘lengtemaat’; Creools-Portugees (Batavia) ëlla ‘lengtemaat’; Japans † eru ‘lengtemaat’; Negerhollands el ‘lengtemaat’; Surinaams-Javaans élo ‘lengtemaat’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

millimeter, centimeter, meter, kilometer [lengtematen] (1809). In 1809 wordt het metrieke stelsel in Nederland ingevoerd. Dit stelsel leidt tot een reeks nieuwe benamingen voor lengtematen, die oude namen als roede, voet, duim en el vervingen. Het metrieke stelsel werd weer afgeschaft in 1813 en heringevoerd in 1821. In 1869 wordt het definitief bij wet aangenomen.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

el* lengtemaat 1277 [CG I1, 352]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut