Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

eksteroog - (likdoorn)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

eksteroog zn. ‘likdoorn’
Mnl. (h)exteroeghen (mv.) [1350; MNW].
Samenstelling van → ekster en → oog, zo genoemd vanwege de gelijkenis met een vogeloog, namelijk een ronde verheffing omgeven door een harde ring.
Andere talen hebben vergelijkbare benamingen, zoals bijv. Duits Hühnerauge, letterlijk ‘kippenoog’, Frans oeil-de-perdrix, letterlijk ‘patrijzenoog’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

eksteroog* [likdoorn] {exsteroge 1350} ook andere talen kennen een vergelijkbare metaforische uitdrukking, vgl. hoogduits Hühnerauge, Krähenauge, frans oeil-de-perdrix [patrijzenoog], italiaans occhio pollino [kippenoog], occhio di pernice [patrijzenoog], spaans ojo de pollo [kippenoog].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

eksteroog znw. o. ‘likdoorn’, mnl. exterôge en externest, ook in het nederfrank. van het Rijnland, naast ripuarisch en moezelfrank. elsterauge. — Het nl. woord is overgebracht met nl. kolonisten naar het Havelgebied, de Uckermark en omgeving, waar hästerōge gebruikt wordt naast elstēroge ten Z. daarvan (vgl. Teuchert Sprachreste 319 en kaart 35).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

eksteroog znw. o., in de bet. van nu reeds mnl.; Kil. kent hiernaast kraeyenooghe, Nhd. hühnerauge o. sedert 1591.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

eksteroog o., Mnl. exteroghe: vergel. Hgd. hühnerauge en Fr. œil-de perdrix: zoo genoemd wegens den vorm.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

eekstrouf (zn.) likdoorn; Middelnederlands exteroeghe <1350>.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Eksteroog, om de gelijkenis met een vogeloog aldus genoemd; in verschillende talen koos men verschillende vogels ter vergelijking: fra. oeil-de-perdrix, hgd. Hühnerauge.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

eksteroog ‘likdoorn’ -> Duits dialect Eksterauge, Elsteroge, Hästeroge ‘likdoorn’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

eksteroog* likdoorn 1350 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut