Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

eiwit - (proteïne; witachtige vloeistof rond de eidooier)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

eiwit zn. ‘proteïne; witachtige vloeistof rond de eidooier’
Nnl. eijwit ‘witte deel van een ei’ [1769; WNT], ‘eiwitachtige stof’ [1913; WNT].
Samenstelling van → ei en een gesubstantiveerde vorm van het bn.wit, naar de kleur van een eiwit na koken of rauw kloppen.
Eieren bestaan voor het belangrijkste deel uit proteïnen, ketens van aminozuren. Vandaar de benaming eiwitten voor deze stoffen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut