Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

efficiency - (doelmatigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

efficiënt bn. ‘doelmatig’
Nnl. efficiënt ‘werkzaam’ [1847; Kramers], ‘doelmatig, doeltreffend’ [1938; WNT Aanv.].
Ontleend aan Latijn efficientis, genitief van het teg.deelw. efficiēns bij het werkwoord efficere ‘tot stand brengen, veroorzaken’, zie → effect.
efficiëntie zn. ‘doelmatigheid’. Vnnl. ‘uitwerkendheid, uitwerking’ [1658; Meijer]. Ontleend aan Latijn efficientia ‘(uit)werking, werkzaamheid, doeltreffenheid’, een afleiding van efficere. ♦ efficiency zn. ‘doelmatigheid, met name in werk’. Nnl. efficiency [1925; Dale]. Ontleend aan Engels efficiency ‘doelmatigheid’ [1827; OED] < Latijn efficientia.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

efficiency [doelmatigheid] {1926-1950} < engels efficiency, gevormd met -cy van efficient (vgl. efficiënt).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

efficiency (Engels efficiency)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

efficiency doelmatigheid 1926 [KWT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut