Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

eerlijk - (oprecht, betrouwbaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

eerlijk bn. ‘oprecht, betrouwbaar’
Onl. erlic namo ‘eervolle naam’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. eerlijc ‘eervol, de eigenschappen van een man van eer hebbend’, in: eerlec ‘eerbiedwaardig’ [1240; Bern.]; vnnl. ‘achtenswaardig, rechtschapen’ in goede, eerlicke regeerders [1565; WNT], een eerlycker man ‘een betrouwbare man’ [1688-96; WNT].
Een afleiding met het achtervoegsel → -lijk bij het zn.eer 1.
Mnd. ērlik ‘eerbiedwaardig, eerbaar, voornaam’; ohd. ērlīh ‘eerbiedig, aardig’; ofri. ērlik ‘eerbaar, eerlijk’; oe. ārlic ‘eerbiedwaardig, passend’.
De oudste betekenis ‘eer, goede naam hebbend’, bij vrouwen ook ‘eerbaar’, kon zich via een algemener ‘achtenswaardig’ tot de moderne betekenis ‘wars van leugens, betrouwbaar’ ontwikkelen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

eerlijk* [oprecht] {oudnederlands erlic 901-1000, middelnederlands eerlijc [(van personen) braaf, (van zaken) aanzienlijk, eervol]} oudhoogduits ērlīh, oudfries ērlik [eervol]; afgeleid van eer2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

eerlijk bnw., mnl. eerlijc ‘braaf, aanzienlijk; (van zaken) eervol, loffelijk; nuttig, gepast, edel’, onfrank. ērlic, mhd. ērlīch, ohd. ērlīh, ofri. ērlik ‘eervol’. — Afgeleid van eer 1.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

eerlijk, eerbaar, eerzaam bnww. Mnl. eerlijc heeft zelden de tegenw. bet., gew. = “eervol, voornaam”. Deze bet. hebben ook onfr. êrlic, ohd. êrlîh, rnhd. êrlich, mnd. êrlik, ofri. êrlik (“eervol”). Ook eerbaar en eerzaam bnww. zijn reeds mnl. mhd. mnd. ofri., reeds ohd. êrsam.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

eerlijk. Mnd. êrlī̆k ook al = ‘eerlijk’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

ierlek (bn.) eerlijk; Aajdnederlands erlic <901-1000>.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

eerlik [+]: “bruikbaar, heel, in orde”; dié bet. by Trig (“als gij het (nl. ’n ketel) weer op teld en reg zit, is hij weer eerlijk”) vroeër ook in Ndl., maar blb. nie meer in gebr. nie (vgl. lRo T DLT 233-4).

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?, uitgegee deur Edith H. Raidt, in: Tydskrif vir Geesteswetenskappe, pp. 235-290

Eerlik bnw., bw. Segsw.: Eerlik het ’n os geslag. Sien Malherbe 171. Nog Corn. en Vervl. 398: Eerlijk is eerlijk, en Eerlijk had ’en koei gestolen; Joos 202: Eerlijk is opgehangen, omdat hij wittebrood gestolen had.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

eerlijk ‘oprecht’ -> Deens ærlig ‘oprecht’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors ærlig ‘oprecht’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds ärlig ‘oprecht’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands eerlik ‘oprecht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

eerlijk* oprecht 0901-1000 [WPs]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

530. Eerlijk duurt het langst,

d.w.z. met eerlijkheid komt men in de wereld het verst. Vgl. W. Leevend, VI, 287: Binnen weinige jaaren zal hy schatryk zyn, want hy is door eerlijk, en eerlyk duurt toch 't langst; Harreb. I, 175; hd. Ehrlich währt am längsten oder ewig; fr. avec la bonne foi on va le plus loin; eng. honesty is the best policy.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal