Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

eender - (gelijk, hetzelfde)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

eender bn. ‘gelijk, hetzelfde’
Vnnl. van eender meijninghen ‘met dezelfde mening’ [1562; Kil.]; nnl. eender van leeftijd [1784; WNT].
Met secundaire ontwikkeling van -d- tussen -n- en -r- (d-epenthese, zoals in → donder) uit ouder eenre, de genitief van het telwoord → een.
Het woord heeft zich verzelfstandigd uit uitdrukkingen als eenre leie, eenre hande ‘van een en dezelfde soort’. Het wordt oorspr. en overwegend predicatief gebruikt: eender zijn.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

eender* [gelijk] {1569} is oorspr. de middelnl. 2e nv. vr. enk. van een en is ontstaan in verbindingen als eenre hande [van een en dezelfde soort] (vgl. enerhande).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

eender bnw., bijw. met ontwikkeling van d tussen n en r, vgl. mnl. eenre, eender 2de nv. v. enk. van een. Het woord heeft zich losgemaakt uit verbindingen als eenre leie, eenre hande ‘van een en dezelfde soort’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

eender bnw. en bijw., als bijw. eerst nnl. < mnl. eenre (waaruit reeds mnl. eender), gen. enk. vr. van een. Het bijw. en bnw. ontwikkelde zich uit verbindingen als eenre leie, eenre hande “van een, dezelfde soort”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

eender bijv.en bijw., Mnl. eender, eenre: verkort uit eenderlei of eenderhande, dus vr. gen. enk. of meerv. van een met epenthet. d.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

eenders b.nw. Ook eners.
Dieselfde, soortgelyk.
Afleiding met -s van Ndl. eender (Mnl. eenre, eender) 'van een soort', gewestelik nog in Waas in die vorm eenders (Scholtz 1947). In die Ndl. volkstaal van die 17de eeu was bywoorde met die -s-uitgang gewoner as wat tans in Ndl. die geval is. Eerste optekening in vroeë Afr. in 1779 by Wikar (Scholtz 1965), waarna in Afr. by Mansvelt (1884).

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?,

Eners bnw., bw. Ndl. eender. – Joos 201: “Eenders, bijw. eender, gelijk.”

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

eender ‘gelijk’ -> Fries iender ‘gelijk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

eender* gelijk 1569 [Kool]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut