Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

eelt - (hoornachtige verdikking van de huid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

eelt zn. ‘hoornachtige verdikking van de huid’
Vnnl. eelt ‘id.’ [1567; Claes 1994a].
Wrsch. een vorm met toegevoegde -t (zoals bij → arend) bij een niet geattesteerde vorm mnl. *ele. Naast alle Germaanse vormen is het opvallend dat Kiliaan eelt uitdrukkelijk als Hollands aanduidt. De verdere etymologie is onbekend. De geringe verbreiding en het betekenisveld suggereren een substraatwoord.
Mnd. ele, elde, elt ‘eelt’; ofri. ile, il ‘voetzool’; oe. ile ‘voetzool’; on. il ‘voetzool’; < pgm. *il- ‘voetzool’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

eelt* [verdikking van opperhuid] {1567} middelnederduits elde, elt, ele, oudfries ile, il, oudengels ile [voetzool, eelt], oudnoors il (pl. iljar) [voetzool], dus de huid van de voetzool.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

eelt znw. o., sedert Kiliaen, die het holl. noemt, maar mnd. elde, elt naast ele ‘eelt’, ofri. ile, il, oe. ile ‘voetzool, eelt’ (< *ili), on. il v. (< *iljō) ‘voetzool’ en oe. ill (< *ilja?), vgl. nhd. dial. illen ‘buil’.

Etymologisch onhelder. Torp, Sprachschatz 28 verbindt het met de idg. wt. *il ‘zwellen’, vgl. lat. īlia mv. ‘lies’, gr. ília ‘vrouwelijke geslachtsdelen’; dan is de eigenlijke betekenis dus ‘eelt’ en daarna ‘eeltige voetzool’. — Niet overtuigend bij de groep van ijlen, dus idg. wt. *ei ‘gaan’ (Persson UUÅ 1891, 78). — Opmerkelijk is de geringe verbreiding van de afl. met een dentaal, nnl. eelt, die misschien eerst later ontstaan kan zijn. Maar on. il kan ook op *iliþ teruggaan.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

eelt znw. o., sedert Kil., die het als holl. opgeeft. Verwant met mnd. ēle “eelt”, ofri. ile, il, ags. ile “voetzool, eelt” (m. i-stam), on. il “voetzool” (v. -stam), waarnaast wellicht nog een ja-stam (ags. ill). De stam met dentaal, ndl. eelt, mnd. ēlt, ēlde o. “eelt” komt in de oudere talen niet voor. Misschien is hij van jongeren datum. Verdere verwanten zijn niet bekend: de wortel il- “zwellen”, waartoe dit woord met gr. ília “vrouwelijk schaamdeel” (Hes.), lat. îlia “liezen, onderlijf”, kymr. ilio “gisten” gebracht wordt, is zeer problematisch. De verbinding met ijlen is eveneens van de hand te wijzen. Voor een vernuftige, maar hypothetische combinatie zie nog bij eland.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

eelt o., Mnl. ele + Mndd. elde, Ofri. ili, Ags. ile, On. il (Zw. en De. il) + Arm. ełungn = nagel, ełǰiur = horen, Gr. eléphas (z. ook ivoor).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

eelt s.nw.
1. Dik, harde plek aan die vel, veral die handpalms en voetsole, veroorsaak deur druk of wrywing. 2. (plantkunde; dierkunde) Callus.
Uit Ndl., 'n jonger, oorspr. Hollandse vorm eelt (ongeveer 1600 in bet. 1, 1645 in bet. 2), met 'n nie-oorspr., toegevoegde -t.
Middelnederduits ele 'eelt', Angelsaksies ile 'eelt, voetsool', Oudnoors il 'voetsool'. Die oorspr. bet. was dus 'harde huid van die voetsool'.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

eelt: (marinetaal) stommeling; sufferd. Tweede helft van de twintigste eeuw. Vermeld door Harmsen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

eelt* verdikking van opperhuid 1567 [Claes]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal