Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ebbenhout - (zwart tropisch hardhout)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ebbenhout zn. ‘zwart tropisch hardhout’
Mnl. van ebene ‘van ebbenhout’ [ca. 1350; MNW], ebeensche bomen ‘ebbenboom’ [1390-1410; MNW-R], ebenushout, hebenus houten [1450-1500; WNT]; nnl. ebenhoute [1642; MNW], ebben ‘van ebbenhout’ [1656; WNT ebben]. Eerder alleen als vreemd woord: Latijn hebenus “ein boem” (‘een boom’) [1240; Bern.] en Cbenus (lees: Ebenus) ‘een boom die in India voorkomt etc.’ [1287; CG II, Nat.Bl.D]. Met spelling -bb-: ebbe [1625; WNT ebben].
Ontleend aan Latijn ebenus ‘id.’ < Grieks ébenos, dat teruggaat op Egyptisch hbnj, waarvan de klinkers onbekend zijn en dat misschien van Numidische oorsprong is. Later met een verduidelijkende toevoeging → hout. De Grieken hebben het tropische ebbenhout waarschijnlijk via de Egyptenaren leren kennen.
Opvallend is de vrij plotselinge overgang van spellingen met b (jongste vindplaats in WNT: 1597) naar die met bb (oudste vindplaats 1625). Wrsch. was de lange /ē-/ een Middelnederlandse spellinguitspraak van het Latijn en vond de verkorting (met dubbele medeklinker omdat aan te geven) plaats onder invloed van het humanisme, dat een correcte uitspraak van het Latijn (met beklemtoonde korte e- in de eerste lettergreep) bepleitte.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ebbenhout [harde houtsoort] {ebenushout 1201-1250} < latijn (h)ebenus < grieks ebenos < egyptisch hbny [idem].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ebbenhout znw. o., mnl. ebeen ‘ebbenhout’ en ebenus ‘ebbenboom’. Het laatste is rechtstreeks < lat. ebenus < gr. ébenos < perz. ābnūs (vandaar > arab. abnūs, ābunūs en turks abanoz) < egypt. hbnj (met onbekende vocalisering). Zo ook nhd. ebenholz. — De vorm mnl. ebeen < fra. ebène. — De huidige vorm ebben- < ne. ebon of < nhd. eben-(holz).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ebben ww. Reeds mnl., os. (blijkens ebbiunga), ags. (ebbian).

ebbenhout znw. o. Mnl. ebenus “ebbenboom” < lat. ebenus < gr. ébenos en dit uit egypt. hbnj (van uit Egypte is ʼt ebbenhout in Europa bekend geworden); mnl. ebene (nomin. ebeen?) uit ofr. ebene of direct uit lat. ebenus. Nnl. ebben- uit eng. ebon of uit hd. eben- (-holz o., -baum m.), die ook op lat. ebenus teruggaan.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† eboniet o. Van eng. ebon is het internat. woord gevormd; de benaming is gegeven naar de zwarte kleur.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ebbenhout o., Mnl. ebéne uit Fr. ébène; daarnevens ebenushout, uit Lat. ébenum (-us), Gr. ébenos, uit Egypt. hbnj. Ebben ontstond uit ebene en ebenus door de vormen waar n onmiddellijk op b volgde.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

ebbehout s.nw. Ook ebbenhout.
Harde, swartbruin tot swart hout van 'n sekere soort boom.
Uit Ndl. ebbenhout, vroeër ebenhout (Mnl. ebenus, ebenushout, ebenushouten). Reeds by Van Riebeeck (1651 - 1662) in die vorm ebbenhout.
Mnl. ebenus uit Latyn ebenus uit Grieks ébenos 'ebbehoutboom' (wsk. uit Persies abnus) uit Egipties hebni; vgl. ook Hebreeus eben 'steen', m.a.w. 'steenhout'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ebbenhout (van Latijn ebenus)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ebbenhout ‘harde houtsoort’ -> Deens ibenholt ‘boomsoort’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors ibenholt ‘harde houtsoort’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ebbenhout harde houtsoort 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut