Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dwepen - (overdreven bewondering koesteren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dwepen ww. ‘overdreven bewondering koesteren’
Vnnl. dwaepen, dwepen ‘zinneloos zijn, malen’ [1599; Kil.], Dees Vrou ... moet krancksinnich sijn, s'is dwepende ‘deze vrouw moet krankzinnig zijn, zij is buiten zinnen’ [1625; WNT]; nnl. dweepen ‘overspannen denkbeelden van aanbidding koesteren’ [1785; WNT]. In het Middelnederlands verschijnt al dwaep, dweep ‘nar, zotskap’ [1432-68; MNW].
De herkomst van het woord is onduidelijk. Meestal neemt men aan dat dwepen een afleiding is bij mnl. dwaep, een vorm die met een andere slotmedeklinker staat naast het bn.dwaas.
Verwanten alleen in het Oostfries: dwäpen, dwepen ‘diepzinnig zijn, dwepen, fantaseren’ [Doornkaat Koolman, 370].
Er zou misschien verband kunnen bestaan met pie. *dheubh- (IEW 263), met te veronderstellen verwant *dhuebh- (ohd. tobōn ‘razen’, oe. dofian ‘gek zijn’, zie → doof).
In de oorspr. betekenis ‘buiten zinnen zijn’ kreeg dwepen geen object. De eerste vindplaatsen met een voorzetselobject (meestal met met, soms over) stammen uit de tweede helft van de 19e eeuw: dwepen met verdriet [1847], met denkbeelden [1872], met of over een aanbeden persoon [1865]. In het hedendaagse taalgebruik is met het enige gebruikte voorzetsel.
Lit.: Wörterbuch der ostfriesischen Sprache, etymologisch bearbeitet von J. ten Doornkaat Koolman, Wiesbaden 1965 (Fotomech. herdr. van de uitg.: Norden 1879-1884)

EWN: dwepen ww. 'overdreven bewondering koesteren' (1599)
ANTEDATERING: dwaepen, dwepen 'dwaas zijn' [1588; Kil.]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dwepen* [overdreven verering koesteren] {dw(a)epen [in de war zijn, ijlen, niet wel bij het hoofd zijn] 1599} van middelnederlands dwaep [nar, zotskap], oudfries dwepen [in gedachten zijn, dwepen]. Het woord hoort bij ‘dwaas’, al heeft het een p in plaats van een s. Vgl. middelnederlands dwasen [gek zijn].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dwepen ww., mnl. dwêpen, oostelijke umlautsvorm naast dwâpen ‘dwaas zijn, dwaas doen’, oostfri. dwäpen, dwepen ‘dwepen, in gedachten zijn’ en in het Antwerps dwepen, dwèpen ‘rondzwerven zonder onderdak’. Afgeleid van mnl. (zelden) dwaep m. ‘zot, nar’, bij Kiliaen dwaep, dweep. — Stellig een jonge formatie, die misschien oorspronkelijk als slang-woord naast dwaas gevormd werd.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dwepen ww., reeds mnl. (Mnl. Handwdb.) naast dwâpen “dwaas zijn, dwaas doen”, beide ook bij Kil. De e van dwepen (ê in de zeeuwsche en aangrenzende diall.) is umlaut van â, evenals dial. lêg(ә) naast laag. Ook in het Oostfri. komt dwäpen, dwepen “dwepen, in gedachten zijn” voor. Ndl. dial. (Antw.) beteekent dwepen, dwèpen “rondzwerven zonder een onderdak”. Het ww. is een afl. van mnl. (zeldzaam) dwaep m. “zot, nar”, Kil. dwaep, dweep “dwaas”, een (wsch. jonge) formatie, ʼt zij hoogerop verwant met dwaas, ʼt zij hiernaast naar een of andere analogie ontstaan.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dwepen ono.w., alleen in ’t Ndd. en ’t Fri., ook als dwâpen, zoodat e umlaut is van â; hierbij Mnl. dwaep = dwaas, zot: oorspr. onbek.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dwepen ‘overdreven verering koesteren’ -> Duits dialect † dwepen ‘schijnheilig zijn, overdreven verering koesteren’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dwepen* overdreven verering koesteren 1785 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut