Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dummy - (loos voorwerp, model van uitvoering; buiksprekerspop; blinde bij kaartspel; soort zeef)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dummy zn. ‘loos voorwerp, model van uitvoering; buiksprekerspop; blinde bij kaartspel’
Nnl. dummy ‘boekmodel’ [1937; WNT Aanv.], ‘buiksprekerspop’ [1950; WNT Aanv.], ‘blinde bij bridge’ [1950; WNT Aanv.].
Ontleend aan Engels dummy ‘voorbeeldboek’ [1871; OED], eerder al ‘paspop, etalagepop’ [1845; OED], ‘de “blinde” bij het kaartspel’ [1736; OED], oorspr. ‘stomme persoon’ [1598; OED], een afleiding van het bn. dumb ‘stom’, zie → dom 2. Uit de betekenis ‘stomme’ ontwikkelde zich o.a. ‘loos ding dat voor de schijn is verpakt’.

EWN: dummy zn. 'loos voorwerp, model van uitvoering; buiksprekerspop; blinde bij kaartspel' (1937)
ANTEDATERING: De American Indian stond voor een sigarenwinkel, doch deze was een "dummy" ('soort pop') [1885; Bataviaasch handelsblad (KB) 1/8]
Later: "dummy" of "strooman" (bij bridgen) [1912; Kaartspeler, 45] (EWN: 1950); een dummy-nummer (van een tijdschrift) [1930; NvdD voor Ned.Indië (KB) 15/8] (EWN: 1937)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dummy [blinde in kaartspel, model van uitvoering, pop] {1901-1925 in de betekenis ‘blinde in kaartspel’; de betekenissen ‘model, pop ’ 1926-1950} < engels dummy, geassimileerd uit dumby, afgeleid van dumb [stom, sprakeloos], verwant met hoogduits dumm (vgl. dom4).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dummy znw. m. ‘blinde in het kaartspel; pop van een buikspreker; model van uitvoering van een boek’ < ne. dummy eig. ‘stomme’, vandaar ‘dingen die voor de schijn verpakt zijn’ (sedert 1845).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

dommie s.nw.
Delwersif, skommelsif.
Vervorm uit Eng. delwerstaal dummy.
Die sif word dalk so genoem n.a.v. die herhaalde, popagtige skommelbewegings wat delwers daarmee maak om die gruis te sif.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

dummy: (Eng.) sufferd, domkop. Populair zijn de computerboeken ‘Windows (Word, enz.) voor dummies’. In de VS is het ook een slangterm voor een detective.

Voor de gevatte lezertjes die hier The Misunderstood of The Creation missen, kijk onder de M en de C, dummies! (Oor, 22/09/1984)
Voor de dummies die die singles nooit hebben gekocht, biedt Sunset nog één kans om het goed te maken. (Vinyl, januari 1987)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

dummy (Engels dummy)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dummy model van uitvoering, pop 1931 [KWT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut