Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

duisternis - (afwezigheid van licht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

duister bn. ‘donker’; zn. ‘duisternis’
Mnl. dustere (bn.) ‘donkere, droevige’ [1300-50; MNW-R], duuster (bn.) ‘donker’ [1375-1400; MNW-R], Vten duustren ‘uit de duisternis’ [1375-1400; CG-R], duyster (zn.) ‘duisternis’ [1400-20; MNW-R], duyster (bn.) ‘donker’ [1450-1500; MNW-R].
Het woord is alleen West-Germaans. Daarbuiten mogelijk verwant met Russisch tusk ‘donkerte, somberheid’, Servisch s-tuštiti se ‘bewolkt worden’. Gezien deze geringe verspreiding moet gedacht worden aan een niet-Indo-Europees substraatwoord. Wellicht is de -er uitgang gevormd naar analogie van het zn.deemster ‘donker’, dat wel Indo-Europees is.
Os. thiustri (mnd. düster en wrsch. nhd. Düster), ofri. thiustere (nfri. tsjuster), oe. ðēostre, ðīestre, ðȳstre (ne. obsolete thester); < pgm. *þiustria-.
duisternis zn. ‘afwezigheid van licht’. Onl. thiusternussi ‘duisternis’ [10e eeuw; W.Ps.], mnl. duusternis ‘id.’ [1470-90; MNW-R], duysternis [1400-20; MNW-R]. Gevormd uit duister met het achtervoegsel → -nis.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

duisternis* [afwezigheid van licht] {oudnederlands thusternussi 901-1000} middelnederlands duusternesse, van duister + -nis. De uitdrukking een Egyptische duisternis [volslagen donkerte] {1835} is ontleend aan Exodus 10:21: ‘En de Heer sprak tot Mozes: Strek uwe hand naar de hemel, en het zal zo duister worden in Egypteland, dat men het tasten kan’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

duisternis znw. Reeds mnl. onfr. mnd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

duisternis: eufem. v. duiwel (Scho TWK 14, 1, p. 10) en vgl. duikers; aanh. v. gebr. uit 1862.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

De buitenste duisternis, de hel; (fig.) plaats waar men geen leven heeft; verbanningsoord of plaats waar men iets wegstopt.

Deze uitdrukking berust op de voorstelling van de hel als een duistere plaats, verder dan wat dan ook verwijderd van het licht. We vinden haar op verschillende plaatsen in Matteüs, onder andere in hoofstuk 25:30, 'En werpt de onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars.' (NGB-vertaling; de NBV heeft uiterste duisternis.

Statenvertaling (1637), Matteüs 25:30. Ende den onnutten dienstknecht werpt uyt in de buytenste duysternisse, daer sal weeninge zijn ende knersinge der tanden.
Zowat de helft bleef gespaard [bij een oordeel van M. Biesheuvel over zijn boek 'Het nut van de wereld']. Maar wat in de buitenste duisternis werd geworpen is zeker geen randwerk. (De Volkskrant, 28-9-1984)
[De] premier en mogelijk presidentskandidaat Balladur verwijst deze organen van de Gemeenschap naar de buitenste duisternis van de Europese eenwording. (NRC, dec. 1994)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

duisternis ‘afwezigheid van licht’ -> Negerhollands dusternis, dysternis ‘afwezigheid van licht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

duisternis* afwezigheid van licht 0901-1000 [CG WPs Gloss.]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

514. Egyptische duisternis.

Deze uitdrukking is ontleend aan Exodus X:21: Doe seyde de Heere tot Mose, streckt uwe hant uyt nae den hemel, ende daer sal duyster-nisse komen over Egypten-lant, datmen de duysternisse tasten sal; hd. Aegyptische Finsternis; eng. Egyptian (or Memphian) darkness. De Romeinen spraken van cimmeriae tenebrae.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut