Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

duimstok - (meetlat)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2018

Bahco en andere gereedschappen

Waar komt het woord waterpomptang vandaan? Of bahco? Wat heeft een duimstok te maken met duim en stok? Dit zijn vragen die lezers zoal stellen aan de redactie van de Etymologiebank (te vinden op www.etymologiebank.nl). Iedereen kan hier gemakkelijk de herkomst van vele tienduizenden woorden nazoeken. Maar de Etymologiebank is niet compleet. Gebruikers kunnen woorden die ze vergeefs opgezocht hebben melden, en dagelijks komen er dan ook een of meer vragen binnen.
In deze nieuwe rubriek zullen wij woorden bespreken waarvan de etymologie nog niet afdoende beschreven is. Iedereen kan een woord opgeven, hetzij aan de Etymologiebank, hetzij aan de redactie van Onze Taal. Het kan natuurlijk ook gaan om ‘gouwe ouwe’: woorden die wel op de Etymologiebank staan, maar waarover u graag nadere uitleg wilt krijgen. Deze eerste aflevering duiken we in de gereedschapskist.

Waterpomptang
De waterpomptang mag in geen enkele gereedschapskist ontbreken. Maar wat heeft de naam precies te maken met ‘waterpompen’?
In 1888 vond de Zweed Johan Petter Johansson (1853-1943) een verstelbare buizentang uit, die later in het Nederlands wel Zweedse tang werd genoemd. Die leek al behoorlijk op de waterpomptang zoals we die nu kennen, maar hij was veel groter, en hij werd ingesteld met een schroefdraad.
De waterpomptang als grijptang met verstelbaar scharnier kwam pas decennia later. Die tang werd oorspronkelijk gebruikt op de stopbuspakkingen (as-afdichtingen) van waterpompen van auto’s – vandáár dus die naam waterpomptang. De oudste vindplaats van dit woord is een krantenadvertentie uit 1942. Al eerder (in 1918) is ook de benaming pomptang aangetroffen, maar het is niet duidelijk of het hier om hetzelfde gereedschap gaat. De opkomst van de waterpomptang valt hoe dan ook samen met de steeds vaker toegepaste waterkoeling van auto’s in de eerste helft van de twintigste eeuw.
Vermoedelijk is waterpomptang een leenvertaling. In het Duits heet een waterpomptang Wasserpumpenzange. In het Engels zijn verschillende benamingen in omloop: adjustable-joint pliers, tongue-and-groove pliers, maar ook: water pump pliers. Met name in Amerika werden in de jaren dertig tal van verbeterde versies van de waterpomptang op de markt gebracht. Dat maakt het waarschijnlijk dat het Nederlands het woord in deze tijd aan het Amerikaans-Engels heeft ontleend.

Bahco
In de negentiende eeuw was een tang voor het aan- en losdraaien van moeren bekend onder de namen schroefsleutel en Engelse sleutel. De naam Engelse sleutel is ontstaan doordat de tang veel werd gebruikt voor Engelse moeren, die afweken van de volgens het metrische stelsel genormde moeren van het Europese vasteland. Er bestond ook een Hollandse sleutel.
Voor iedere moergrootte moest je de passende sleutel hebben, en dat kon lastig zijn. De waterpomptang bood voor dit probleem geen oplossing. Als de boel vastzit, is de waterpomptang minder geschikt: hoe hard je ook knijpt, de grepen van de tang glijden uit en de kanten van de moeren worden beschadigd. Vandaar de bijnaam ‘moerenmoller’.
In 1892 had Johan Petter Johansson, die dus ook de Zweedse sleutel uitvond, daarom een moersleutel ontworpen waarvan de bekwijdte door draaien verstelbaar was. Dit universeel toepasbare stuk gereedschap werd – anders dan in Zweden zelf ­– in het Nederlands Bahco-sleutel genoemd; de oudste vindplaats dateert tot nu toe uit 1929, genoemd in de rubriek ‘gevonden voorwerpen’ van 27 december in Voorwaarts: sociaal democratisch dagblad. Bahco was een merknaam, gevormd uit de eerste letters van de naam van het producerende bedrijf: Bernt August Hjorth & Co. Uitvinder Johansson was medevennoot van dit bedrijf. Men sprak ook wel van Bahco pijpsleutel, maar vanaf 1941 kwam de afkorting Bahco in zwang.
De oorspronkelijke Zweedse merknaam is in het Nederlands een algemene benaming voor Engelse moersleutels geworden. Volgens de officiële spelling schrijven we bahco dan ook zonder hoofdletter.

Duimstok
Het woord duimstok wordt reeds aangetroffen in de zeventiende eeuw. Wygardus van Winschooten omschrijft in zijn maritieme woordenboek Seeman (1681) de duimstok als “een Maatstokje der Timmerluiden, daar meede men bij duimen meet: en heeft gemeenelijk de lengte van een voet”.
De duim was vroeger de lengtemaat die de breedte van een mansduim aangaf, ca. 2,5 cm. De precieze lengte van een duim (en van andere lichaamsmaten als de voet, de palm en de el) was in iedere stad weer anders. Uit Winschootens omschrijving blijkt dat de duimstok letterlijk een stok was, ter lengte van een voet (ca. 30 cm), die door middel van markeringen was ingedeeld in duimen. Een voet telde 10 à 13 duimen.
Sinds de negentiende eeuw meten we lengte in centimeters, en al veel langer hebben duimstokken de vorm aangenomen van dunne meetlatten die door middel van scharnieren uitklapbaar zijn. Toch draagt ook anno 2013 de duimstok zijn naam met recht, want op de achterkant mag een schaalindeling in inches niet ontbreken. En de inch, de lengtemaat van 2,54 cm die in Amerikaanse en Britse houtzagerijen nog volop wordt gehanteerd, is niets anders dan de oude Engelse duim.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2013), ‘Bahco en andere gereedschappen’, in: Onze Taal 2/3, 49]

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

duimstok

Een duimstok is een timmermanswerktuig, een maatstok, die bestaat uit vier delen van gelijke lengte welke met koperen scharnieren aan elkaar verbonden zijn. De duim is hier de lengtemaat die de breedte van een mansduim voorstelt, te weten 2,54 cm, het vierde deel van een palm (de breedte van een hand aan de binnenzijde gemeten) en ongeveer het tiende deel van een voet, al naar gelang meer of iets minder. Een Amsterdamse voet bijvoorbeeld meet 0,284 meter. Op de duimstok die vroeger gebruikt werd, kwamen deze maten voor. Thans gebruikt men natuurlijk de metermaat, maar de oude naam is bewaard gebleven.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

duimstok ‘meetlat’ -> Duits dialect Duimstok, Düümstock ‘meetlat’; Indonesisch dimstok ‘meetlat’; Papiaments dùimstok ‘meetlat’; Sranantongo duimstok ‘meetlat’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut