Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dubben - (twijfelen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

dubben ww. ‘twijfelen, peinzen, tobben’
Vnnl. dubben ‘twijfelen’ [1550; WNT], dubben ‘twijfelen’ [1573; Thes.], dubben ‘twijfelen’ [1599; Kil.].
Wrsch. van Latijn dubitāre ‘twijfelen’, waarvan ook Frans douter ‘twijfelen’, Engels doubt ‘id.’. NEW en Vercoullie suggereren verband met → dobber, daarvoor zijn echter geen bewijsgronden aan te voeren.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dubben1 [twijfelen] {1550} waarschijnlijk gevormd van het ‘geleerde’ latijn dubitare [twijfelen] (vgl. dubieus).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dubben ww. ‘twijfelen, weifelen, piekeren’, mnl. dubben ‘in het onzekere zijn’, eig. ‘onderdompelen’ en wel van de dobber. Niet onmogelijk is een zijdelingse invloed van lat. dubitāre. — Zie overigens: dobber.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dubben ono.w., met bijvormen dobben en dibben, Mnl. dubben: oorspr. onzeker, misschien bij dobber.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

dippen, ww.: weifelen, aarzelen. Ook Vl. en Br. dubben. Vnnl. dubben ‘dubitare’ (Kiliaan). Dibben is een ontronde vorm van dubben ‘twijfelen, weifelen, aarzelen’. Wellicht verwant met Lat. dubium, dubitare.

dubben, ww.: tobben. Ook Vl. en Br. dubben, dibben ‘weifelen, aarzelen’. Vnnl. dubben ‘dubitare’ (Kiliaan). Dibben is een ontronde vorm van dubben ‘twijfelen, weifelen, aarzelen’. Wellicht verwant met Lat. dubium, dubitare.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

dubben, dibben, duppen, duppelen, ww.: weifelen, aarzelen. Ook Vlaams. Vnnl. dubben ‘dubitare’ (Kiliaan). Dibben is een ontronde vorm van dubben ‘twijfelen, weifelen, aarzelen’. Wellicht verwant met Lat. dubium, dubitare.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

dibben 2 (B, W), ww.: weifelen, aarzelen. Ontronde vorm van Ndl. dubben 'twijfelen, weifelen, aarzelen'. Wellicht verwant met Lat. dubium, dubitare.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

dibben, dubben, ww.: dubben, piekeren. Met Ingw. ontronding u/i. Wellicht zoals Lat. dubitare ‘twijfelen’.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

dubben ‘twijfelen’ (Latijn dubitare?); ‘nasynchroniseren’ (Engels to dub)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dubben twijfelen 1550 [WNT dubben I]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal