Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

druppelen - (in druppels (laten) vallen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

druppelen ww. ‘in druppels (laten) vallen’
Mnl. (3e pers. ev.) droppelt ‘valt in druppels’ [1488; MNW snede]; vnnl. (imperf.) droppelde ‘liet in druppels vallen’ [1610-20; WNT], druppel ‘laat druppels vallen’ [1614; WNT].
Afleiding van → druppel, bij het werkwoord → druipen.

EWN: druppelen ww. 'in druppels (laten) vallen' (1488)
ANTEDATERING: Eerst de afleidingen ghedropelt (bn.) 'gespikkeld' [1351-75; iMNW gedropelt] en bedroppelt (bn.) 'bespikkeld' [1351-75; iMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut