Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dronk - (hoeveelheid die men drinkt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dronk zn. ‘hoeveelheid die men drinkt’
Mnl. dronc ‘drank, teug’ [1450-1500; MNW]; vnnl. dronck ‘het gedronkene’ [1552; Apherdianus], dronck ‘teug’ [1562; Kil.], dronck ‘hoeveelheid drank’ [1562; Kil.].
Vorming met nultrap bij de wortel van het werkwoord → drinken.
Mnd. drunk ‘dronk’; ohd. trunc ‘dronk’ (> nhd. Trunk); oe. drync (ne. drink ‘drankje’); on. drykkr; < pgm. *drunka-, drunki- ‘dronk’.

EWN: dronk zn. 'hoeveelheid die men drinkt' (1450-1500)
ANTEDATERING: drinken sinen dronc [1301-25; iMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dronk znw. m., mnl. dronc, mnd. drunk, ohd. trunk, oe. drync, on. drykkr staat ablautend naast drinken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dronk znw., mnl. dronc m. = ohd. (nhd.) trunk, mnd. drunk, ags. drync, on. drykkr m. “dronk”. Bij drinken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dronk m. (het drinken), + Hgd. trunk, van denz. stam als ’t meerv. imp. van drinken.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

495. Een dronk is een zit (of een zeet) waard,

‘gezegd als men iemand iets te drinken aanbiedt en deze daarin aanleiding vindt om te gaan zitten en een praatje te blijven maken’ (Boekenoogen, 1249). Dit gezegde dagteekent uit de 17de eeuw, blijkens Koddige Opschr. (ed. 1698) I, 53: Een dronk is een zeet weertEen zit of een zeet is een stoel; vgl. eng. seat.; Harreb. I, 156; fri. It iten is in sit wirdig, de maaltijd is waard, dat men er bij gaat zitten; wien men te eten geeft, behoort men ook een zitplaats aan te bieden.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut