Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

drogerij - (heelkruiden)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

drogist znw. Komt evenals drogerij(en) “heelkruiden, chemicaliën” sedert Kil. voor, die ook drooghe waere., droogh kruyd en het in de 17de eeuw gewone drooghe “pharmaca, aromata”‘ opgeeft. Drooghe (= droge) en drogist komen van fr. drogue, droguiste, evenals nhd. droge v., drogist m. (sedert ± 1600) en eng. drug (sedert ± 1400), druggist, oud-it. en -spa. droga. Drogerij is óf uit fr. droguerie ontleend óf het is een ndl. formatie, bij droge en drogist ontstaan. Het fr. drogue is vaak uit germ. (ndl.) droog afgeleid. Wat de bet. aangaat aannemelijk, maar wegens den vorm onwsch. is de afl. uit arab. dowâ “sämtliche rohstoffe der materia medica”. ’t Aannemelijkst is de afl. uit arab. dŭrâwa “kaf”: drogue was dan oorspr. = it. garbellatura “kleinere minderwaardige stukken, die bij ’t zeven door de zeef vallen”; deze bet. past goed voor ’t oudste voorbeeld, van 1327. Voor deze verklaring pleit ook, dat uit arab dŭrâwa en verwanten er van ook fr. drogue in geheel andere bett. verklaard kan worden.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

drogerij v., met ouder drooghe, gelijk Hgd. droge, Eng. drug uit Fr. droguerie en drogue, dat niet uit Ndl. droog, maar uit Ar. dŭrāwa = kaf.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

drogerij ‘het drogen’ -> Frans droguerie ‘het drogen van haringen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal