Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

drevel - (puntige ijzeren bout, pons)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

drevel zn. ‘puntige ijzeren bout, pons’
Mnl. drevel, ‘laadstok voor vuurwapen’ [1384-1407; MNW], ‘metalen pen’ [15e eeuw; MNW], ‘drijfhamer’ (MNW, geen attestatie); vnnl. dreveltje ‘stuk gereedschap’ [1694; WNT zetijzer]; nnl. drevel ‘doorslag, drijfijzer’ [1847; Kramers], ‘drijfhamer’ [1860-61; WNT].
Gevormd bij het sterke werkwoord → drijven met behulp van het Proto-Germaanse achtervoegsel *-ila, dat o.a. werd gebruikt om bij stammen van sterke werkwoorden aanduidingen van werktuigen te maken, zie → beitel.
Mnd. drevel ‘instrument om iets aan te drijven’; mhd. tribel ‘drevel’; < pgm. *dribila- ‘wat gebruikt wordt om (aan) te drijven’.
drevelen ww. ‘de drevel gebruiken, drijven’. Mnl. drevelen ‘id.’ [1445-55; MNW]. Afleiding bij drevel.

EWN: drevel zn. 'puntige ijzeren bout, pons' (1384-1407)
ANTEDATERING: twe grote drevel 'twee grote laadstokken (voor wapens)' [1387; iMNW]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

drevel* [drijfijzer] {1384-1407 in de betekenis ‘drijfhamer, metalen pen’} afgeleid van drijven.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

drevel znw. m., mnl. drēvel m. ‘drijfhamer, metalen pen’, mnd. drēvel m., mhd. triebel (nhd. triebel) ‘klopper, zwengel’ is een afl. van het ww. drijven. Het woord duidt dus een werktuig aan om iets aan te drijven. Dat blijkt ook uit de bet. van mnd. drevel, evenals ohd. tribil ‘wagenmenner, knecht’, me. drivil ‘knecht’. In het on. heet een walkure Geirdriful ‘die de speer aandrijft’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

drevel znw. Reeds in het Mnl. is drēvel m. een benaming van verschillende werktuigen, waarmee men een voorwerp in een ander “drijft”. Mhd. tribel (nhd. triebel), mnd. drēvel m. hebben dezelfde bet. De bet. “knecht, loopjongen”, die drevel in het Vla. nog heeft en die ook Kil. kent, is reeds oud: vgl. mnd. drēvel (drāvel naar draven) “slaaf, knecht”, meng. drivil “knecht” en vooral ohd. tribil m. “auriga, famulus, agitator”, waarbij de oorspr. bet. “drijver” nog blijkt. Wgerm. *driƀila- staat formeel tot drijven als sleutel tot sluiten.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

drevel. Mnd. drēvel alleen = ‘slaaf, knecht’, niet = ‘drijfwerktuig’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

drevel m., van denz. stam als ’t meerv. imp. van drijven, met suff. -el, dat een werktuigsnaam vormt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

drevel ‘drijfijzer’ -> Engels † drivel ‘boor; werkezel; imbeciel, viespeuk’ (uit Nederlands of Nederduits); Papiaments dref ‘drijfijzer’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

drevel* drijfijzer 1384-1407 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut