Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

drenken - (te drinken geven)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

drenken ww. ‘te drinken geven’
Onl. drencodos ‘jij drenkte’ [10e eeuw; W.Ps.], drenkedon mi mit etige ‘zij drenkten mij met azijn’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. drenken ‘verdrinken’ [1400-29; MNW-R], gedrenct ‘verdronken’ [1405; MNW drenken], drenken ‘te drinken geven’ [ca. 1450; MNW], Ghespijst ende ghedrinct ‘gevoed en gedrenkt’ [1461; MNW]; vnnl. drenken ‘verdrinken’ [WNT wal I], gedrenct ‘te drinken gegeven’ [1526; WNT vallen]; nnl. Den grond, gedrenkt van 's vijands bloed ‘nat van, begoten met’ [1775; WNT versmeden I].
Causatief op *-jan- afgeleid van drank-, ablautsvorm bij de wortel van het sterke werkwoord → drinken.
Os. drenkian; ohd. trenken; ofri. drentza; oe. drencan; on. drekkja; got. dragkjan; < pgm. *drankjan- ‘doen drinken’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

drenken* [drinken geven] {oudnederlands drenkan 901-1000, middelnederlands drenken [drenken, verdrinken]} causatief van drinken, vgl. hoogduits tränken naast trinken, engels to drench naast to drink.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

drenken ww., mnl. drenken ‘drenken, verdrinken’, onfrank. drenkan, os. or-drenkian, ohd. trenken (nhd. tränken), owfri. drenka, drinka, drinsa, oe. drencean, drencan (ne. drench), on. drekkja, got. dragkjan. — Causatief bij drinken.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

drenken ww., mnl. drenken “drenken, verdrinken” (trans. en intrans.). = onfr. drenkan, ohd. trenken (nhd. tränken), os. or-drenkian “drenken”, owfri. drenka, drinka, drinsa “verdrinken”, ags. drenc(e)an “drenken, verdrinken” (eng. to drench), on. drekkja “verdrinken”, got. dragkjan “drenken”. Een alg.-germ. causativum bij drinken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

drenken o.w., Mnl. id., Os. drenkian + Ohd. trencan (Nhd. tränken), Ags. drencan (Eng. to drench), Ofri. drenka, On. drekkja, Go. dragkjan: factit. van drinken.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

drenken* te drinken geven 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut