Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

draven - (in draf gaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

draven ww. ‘in draf gaan’
Mnl. die Beyeren entie Swaven, Daer si dor den lande draven ‘de Beieren en Zwaben, waar ze door het land draven’ [1300-25; MNW-R], Hi dede sijn ors serre draven ‘hij liet zijn paard hard draven’ [1300-50; MNW-R].
Os. thravōn ‘draven’ (mnd. (zeldzaam) traven > nzw. trava); mhd. traben ‘draven’ (nhd. traben, Trab reiten); oe. þrafian ‘dringen, aandrijven’; ofri. thravia ‘draven’; nzw. (dial.) travla ‘vertrappen (van zaden)’; < pgm. *þrabōn- ‘draven’.
Wrsch. verwant met Latijn trepidus ‘onrustig’; Grieks trapéein ‘druiven persen’; Oudkerkslavisch trepetĭ ‘sidderen’; Russisch trepetat' ‘beven, trillen’; Litouws trėsti ‘rennen’; Sanskrit trprá- ‘onrustig’, bij de wortel pie. *trep- ‘onrustig bewegen’ (IEW 1094).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

draven* [rennen] {1350} oudsaksisch thraƀon, middelhoogduits draben, traben [draven], oudwestfries tro(u)wia, oudengels ðrafian [aandrijven, dringen]; buiten het germ. latijn trepidare [angstig heen en weer lopen], grieks trapeō [ik treed druiven], oudkerkslavisch trepetŭ [het beven]; verwant met drammen, trimmen, drempel.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

draven ww., mnl. drāven, os. thrabon, mhd. draben, draven, owfri. trowia, trouwia, vgl. nog oe. ðrafian ‘dringen, aandrijven’ (ne. dial. thrave, threave ‘kudde’) en zw. trav ‘vastgetreden sneeuw op de wegen’. — lat. trepidus ‘angstig rondlopend’, gr. trapéō ‘wijnpersen’, oi. tṛpála- ‘haastig, onbestendig’, osl. trepetĭ ‘het beven’, lit. trepsė́ti ‘met de voeten trappelen’, van een idg. wt. *trep ‘trappelen, treden’ (IEW 1094). — Zie ook: drempel.

Deze idg. wt. is een verlenging van *ter, waartoe nog behoren: *trem: mnd. drammen ‘hevig dringen’, os. thrimman ‘springen’, on. þramma ‘trappelen, zwaar stappen’, got. þramstei ‘sprinkhaan’, vgl. lat. gr. tremō ‘sidderen, beven’. *tres: oi. trasati ‘sidderen’, lat. terreō ‘verschrikken’, miers tarrach ‘bevreesd’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

draven ww., mnl. drāven “draven, zich met een gelijkmatige snelheid bewegen”. = mhd. draben, draven (uit het Ndl. of Ndd.) “id.” (nhd. traben), os. thraƀon “draven” (in thravondi “tottonarii”), owfri. tro(u)wia “id.”. Verwant met lat. trepidus “trappelend, onrustig”, gr. trapéō “ik treed druiven, pers wijn”, obg. trepetŭ “het sidderen”, russ. tórop’ “haast”, lit. trepstu, trepti “met de voeten stampen”, oi. trprá- “onrustig”. Naast idg. t(e)re-p- met een ander formans tre-m- met dergelijke beteekenis: os. thrimman “springen”, got. þramstei v. “sprinkhaan”, lat. tremo, gr. trémō “ik sidder”, obg. tręsą “ik schud” (trans.), lit. trimù “ik beef”. Vgl. nog drempel, trappen en ook drossen. Gew. verklaart men (geheel onnoodig) de bet. van ndd.-ndl.-fri. * þraƀô(ja)n uit “de paarden aandrijven tot loopen” en identificeert het met ags. ðrafian “aandrijven, berispen” (zie hierover bij straffen).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

draven ono.w., Mnl. id., Ondd. t(h)raƀôn + Ndd. draven, Hgd. traben + Skr. tṛparas = onrustig. Gr. trapeĩn = druiven treden, Lat. trepidus = trappelend, Osl. trepetŭ = siddering, Lit. trepti = stampen, Opr. trapt = treden.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

draven ‘rennen’ -> Duits traben ‘rennen’; Deens trave ‘in een draf rijden, snel wandelen’; Noors trave ‘in draf gaan of rijden; wandelen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds trava ‘rennen; ijsberen’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins ravata ‘rennen (mensen bij haast en paarden bij paardenrennen)’ ; Frans dialect draflé ‘door de modder baggeren’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

draven* rennen 1350 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut