Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dranger - (scharnier waardoor een deur vanzelf sluit)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

drang zn. ‘het dringen; neiging, verlangen’
Mnl. mit enighen dranghen ‘met enige drang’ [1437; MNW-P]; nnl. drangh [1599: Kil.].
Ablautende vorm bij de wortel van het werkwoord → dringen.
Mnd. drang; mhd. drang (nhd. Drang); oe. (ge)ðrong (ne. throng ‘massa’); on. þröng ‘gedrang’ (nzw. trång (bn.) ‘nauw, krap’); < pgm. *þrang-.
dranger zn. ‘scharnier waardoor een deur zichzelf sluit’. Nnl. drangknier “spiraalscharnier waardoor een deur zichzelf sluit” [1961; Dale], dranger ‘id.’ [1984; Dale]. Dranger zou een verkorting kunnen zijn uit drangknier (bij → knier ‘scharnier’). Dale (1961 t/m 1984) noemt zowel dranger als drangknier germanismen, in het Duits is drangknier echter onbekend en heeft Dranger niet deze betekenis. Wel kende het Vroegnieuwnederlands een woord drangher ‘duivenval’ (naast ‘man van gedrongen lichaam’) [1599; Kil.]. Deze betekenis is ook te vinden bij Duits Dranger en (met ander suffix) Antwerps drengel, Maastrichts drenge. De huidige betekenis zou zich hieruit ontwikkeld kunnen hebben, vanwege een mechaniek waardoor het deurtje van zo'n duivenval zich sluit.

EWN: drang zn. 'het dringen; neiging, verlangen' (1473)
ANTEDATERING: tzwinters drange 'de druk van de winter (?)' [1390-1410; MNW-R]
Later: mit dranghe 'met aandringen, met handtastelijkheid' [1399-1425; iMNW]
EWN: ♦ dranger zn. 'scharnier waardoor een deur zichzelf sluit' (1961)
ANTEDATERING: eerst De welbekende Deurdringers [1878; NvdD 21/2]
Later: Deurdrangers [1879; Apeldoornsche courant (KB) 9/8]; een model deurscharnier en dranger [1894; Leidsch dagblad (Ld) 12/5] (EWN: 1984)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

dranger, drengel, zn.: duivenval. Vnnl. drangher ‘duivenval’ (Kiliaan), Ndl. dranger ‘deurveer, spiraalscharnier, drangknier’. Afgeleid van het ww. dringen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut