Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dra - (bijwoord van tijd: spoedig)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

dra bw. van tijd, ‘spoedig’, benevens weldra bw. en zodra vw.
Mnl. drade ‘gauw’ (1220–1240, Nederrijnse Aiol). Vnnl. zelden draey (Souterliedekens, Antwerpen, 1540; Het Offer des Heeren, 1570), normaal dra ‘snel, vlug; spoedig’ (1598), tot 1700 ook als drae gespeld. In de loop van de 20e eeuw verdwijnt dra uit de schrijftaal, behalve waar bewust archaïserend gebruikt. Een Mnl. variant drede is een keer geattesteerd, naast drade in dezelfde – Utrechtse – tekst. In moderne dialecten wijzen Noordlimburgs drej, Weertlands drieë ook op Mnl. *drēde, met i-umlaut van een Wgm. lange als in traag (Duits träge).
Nnl. weldra ‘binnenkort, spoedig’ (met klemtoon op wel) is een samenvoeging van Vnnl. wel en drae (met klemtoon, vermoedelijk, op drae). Tot ca. 1760 werden ze gewoonlijk als twee woorden geschreven, de oudste attestaties zijn gevonden in de Haarlemse rederijkersspelen vanaf ca. 1597 (bijv. wel drae in Die daet der tirannen). Tot 1760 is spelling als een woord uitzonderlijk, tussen 1760 en 1800 concurreren wel dra en weldraa, en na 1800 wordt weldra de norm.
Zodra, samenstelling van zo en dra. Mnl. also drade … als ‘zo snel … als’ (1430; Cronyke van Vlaenderen, Deel 1). Vnnl. so dra als ‘op het moment dat, zo snel als’ (1626, Minne-plicht). Door weglating van als ontstaat het onderschikkende voegwoord so(o) dra(e), zo(o) dra. Voorbeelden: soo drae tlicht des waerheijts was verdreven (Louris Jansz, ca. 1599), maer also dra Spinola ’t heeft gehoord (in het lied Merck toch hoe sterck, 1626). Vanaf 1800 wordt zo(o)dra gespeld. Een aparte constructie is Vnnl. soedrae … niet … of (1575), so dra en … niet … of ‘nauwelijks … of’ (1649).
In de 19e eeuw komt aldra voor in dezelfde betekenis als weldra; het is uiteraard een samentrekking van al dra ‘reeds spoedig’, een in 1686 voor het eerst aangetroffen combinatie.
Verwante vormen: Middelnederduits drēde, drāde bw. ‘snel’, Oudhoogduits thrāti > drāti bn. ‘snel, hevig’, bw. dhrāto > drāto, Middelhd. dræte, drâte ‘snel; meteen’. Het bn. gaat terug op Proto-Germaans *Þrēdja-, het bw. op umlautloos *Þrēdō. Westned. drade kan op beide vormen teruggaan, de oostelijke dialecten hebben blijkbaar de umlautvorm gegeneraliseerd. Het bn. *Þrē-dja- is een afleiding van het PGm. werkwoord *Þrē-an ‘draaien’ waaruit Ned. draaien, Duits drehen, Engels throw zijn ontstaan. De betekenissen ‘hevig’ en ‘snel’ zijn wel vaker afkomstig van ‘draaien’, vgl. PGm. *snewan- ‘zich haasten’ (Gotisch sniwan) uit ouder ‘draaien’ (Oudnoors snúa ‘draaien’), en Engels throw ‘gooien’ uit ‘draaien’. Ned. draad uit PGm. *Þrē-du- is een andere, evidente afleiding van draaien.
[Gepubliceerd op 18-09-2014 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dra* [spoedig] {dra(de) [vlug, spoedig] 1220-1240} oudhoogduits drato; indien het woord behoort bij draaien, kan men buiten het germ. oudindisch taraṇi- [vlug] bij tárati [hij strekt over] erbij plaatsen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dra bijw., laat-mnl. drâde, ohd. drāto, mnd. drāde(n) ‘weldra, vlug’, bijw. bij het bnw. ohd. drāti (mnl. dræte) ‘snel, hevig’. — Indien dit woord behoort tot de groep van draaien, dan kan men er naast plaatsen: oi. taráṇi- ‘voorwaartsdringend, vlug’, táras- ‘het voorwaartsdringen, energie’, tárasā ‘vlug’. Daar het germ. woord op een zeer beperkt gebied voorkomt, is herkomst uit het idg. niet zo waarschijnlijk. Wellicht is het nl. dra zelf ook ontleend aan oostelijke dialecten. — In samenstellingen als weldra en zodra is het nog in levend taalgebruik.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dra bijw., vooral in zodra, weldra, laat-mnl. Teuth. drâde. Wsch. van het oosten uit in het Ndl. gekomen: = ohd. drâto (mhd. drâte), mnd. drâde(n) “weldra, vlug”, bijw. bij ’t ohd. bnw. drâti (mhd. dræte) “snel, hevig”. Ofschoon de beteekenis-ontwikkeling niet vaststaat, is er geen bezwaar, in dit woord een deelwoord-formatie bij den wortel terê-“doordringen enz.”, die bij draaien besproken is, te zien, vgl. voor de bet. oi. taráṇi- “vooruitdringend, vlug”, táras- ”het voorwaarts dringen, de energie”, instrum. tárasâ “vlug”. Hierbij ook (wsch. met andere grondbet. dan dra) ndl. dial. (in holl. en andere friesch getinte diall.) dral “gedraaid, rond, stevig, vlug, handig, stijf, bol (van den wind)”, mnd. dral “draaiend, rond, vast gedraaid”, ags. ðearl “streng, hevig, erg”, bijw. ðearle “hevig, zeer”, ofri. bijw. thralle “vlug”. Uit *þraðla-? Of *þra-l-na-? Zie drillen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dra bijw., Mnl. drade + Ohd. drâto (Mhd. drâte). = vlug, snel, afgel. van den stam van draaien.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dra* bijwoord van tijd: spoedig 1220-1240 [CG II1 Aiol]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut