Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dopheide - (erica)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dopheide* [erica] {1711} zo genoemd omdat de vruchtjes op notendoppen lijken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dopheide v., de vrucht heeft den vorm van een eier- of notendop.

Thematische woordenboeken

W. Deconinck (2019), Plantennamen nader toegelicht, Kortrijk.

heide
Struikheide | Calluna vulgaris (L.) Hull
Gewone dophei | Erica tetralix L.

Heide is een woord dat al in het Middelnederlands gebruikt werd voor zowel een heideveld als voor de Struikheide, de plant die kenmerkend is voor de heide.

Dop in dopheide heeft betrekking op de bloemen van deze plant die gelijken op een hol, cilindervormig voorwerp dat ook dop heet, bijvoorbeeld de afschroefbare dop van een vulpen of het dopje op het ventiel van een fietsband.

F. Kok (2007), Waarom brandnetel?, Nieuwegein

Dopheide, Erica tetralix
Erica: Latijns voor heidestruik.
Tetralix: waarschijnlijk van Griekse tetra = vier en helix = gewonden; kransen van vier bladeren.
Dopheide: Het zo allerdaagse woord heide was vroeger de naam voor de grond waarop de struik groeide. Dop staat voor de trosjes van bloempjes die lijken op dopjes.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal