Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dopen - (dompelen, door doop in geloofsgemeenschap opnemen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dopen 1 ww. ‘onderdompelen, het doopsel toedienen’
Mnl. dopen [1240; Bern.].
Causatiefafleiding met pgm. *-jan- van dezelfde wortel als het bn.diep, dus letterlijk ‘diep maken, in de diepte doen’ en zodoende ook ‘onderdompelen’.
Os. dōpian (> nzw. döpa ‘dopen’); ohd. toufen ‘dopen’ (nhd. taufen); ofri. dēpa ‘dopen’; oe. dēopian ‘diep worden’ en dyppan, dȳpan ‘onderdompelen, dopen’ (ne. dip, zie → dippen); on. deypa ‘duiken’; got. daupjan; < pgm. *daupjan- ‘onderdompelen’.
Vaak wordt aangenomen dat de christelijke betekenis van het woord is ontstaan in het Gotisch. Bisschop Wulfila, die in de 4e eeuw de bijbel in het Gotisch vertaalde, gaf Grieks báptein ‘onderdompelen, dopen’ met daupjan weer. Deze betekenis zou dan met de Gotische missie naar Beieren (Duitsland) zijn gekomen en zich van daaruit over het vasteland van Europa hebben verbreid. De Engelsen en de Scandinaviërs gebruikten andere woorden: oe. fulwīan, letterlijk ‘volledig wijden’ en on. skíra, letterlijk ‘rein maken’ en kristna ‘kerstenen’. Het is de vraag of de invloed van de Gotische missie werkelijk zo groot was; het is ook mogelijk dat de betekenis ‘het doopsel toedienen’ onafhankelijk van het Gotisch een leenvertaling is van Latijn baptizāre ‘onderdompelen, dopen’, dat overigens ook is afgeleid van het Griekse woord.
doop zn. ‘rituele onderdompeling of besprenkeling’. Onl. douphe ‘doop’ [1100; Will.], mnl. dope ‘doop, indompeling’ [1330; MNW]. Afleiding bij het werkwoord dopen. Evenals het werkwoord heeft het zn. onder christelijke invloed de specifieke betekenis ‘rituele onderdompeling of besprenkeling bij opneming in de christelijke kerk’ gekregen.. ♦ doopvont zn. ‘bekken met doopwater’. Vnnl. doop-steen. doop vonte “baptisterium” [1599; Kil.]; nnl. doopvont ‘bekken met doopwater’ [1762-84; WNT]. Samenstelling met het zn. doop (bij het werkwoord dopen) en het zn. vont < mnl. vonte, fonte, vunte, vgl. een vunte der heileger doepen ‘een doopvont’ [1280-90; CG II, Kerst.]. Dit laatste woord is ontleend aan Latijn fōns (genitief fontis) ‘bron, bronwater’. In het christelijk Latijn betekende fons ook ‘doopvont’. ♦ doopsel zn. ‘doop (als sacrament)’. Mnl. dopsel ‘id.’ [1285; CG II, Rijmb.]. Afleiding met het achtervoegsel pgm. *-isli. Afleidingen met dit achtervoegsel komen vooral in het Noordzee-Germaans voor. Het doopsel is de officieel-kerkelijke benaming voor wat in de omgangstaal doop wordt genoemd: een van de zeven sacramenten van de rooms-katholieke kerk. De protestanten gebruiken uitsluitend het woord doop.
Lit.: Krahe/Meid 1967, 90

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dopen* [dompelen, door doop in geloofsgemeenschap opnemen] {1201-1250} oudsaksisch dopian, oudhoogduits toufen, oudfries depa, oudengels diepan, gotisch daupjan; de Goten kozen na hun kerstening daupjan [indompelen] voor dopen in christelijke zin als vertalende ontlening aan grieks baptizein [onderdompelen, de doop geven]; het woord dopen behoort bij diep.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dopen ww., mnl. dōpen, os. dōpian, ohd. toufen, ofri. dēpa, oe. diepan en got. daupjan ‘baptizare’, hetzelfde als mnd. dōpen, oe. dīepan, mhd. toufen, on. deypa, got. uf-daupjan ‘indompelen’. — Zie verder: diep.

De Christelijke doop geschiedde oorspronkelijk door gehele onderdompeling in water. Vandaar dat de Goten bij hun bekering het woord daupjan voor deze heilige handeling kozen naar het voorbeeld van gr. baptízein ‘dopen’ bij báptein ‘onderdompelen’; door de Gotische missie kwam het woord in de 5de en 6de eeuw naar Beieren en verbreidde zich van daar over het gehele Duitse gebied. Het Engels verkoos een eigen woord fulwian < fulwīhjan ‘volledig wijden’. Het Noordgerm. koos het woord skīra, dat eig. ‘rein maken’ betekent’. — Een ander woord is weer mnl. mnd. kerstenen, oe. cristnian < fra. chrestiener ‘tot Christen maken’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

doopen ww., mnl. dôpen “baptizare”. = ohd. toufen (nhd. taufen), os. dôpian, ofri. dêpa, ags. dîepan (gew. hiervoor fulwian) “baptizare”, evenzoo got. daupjan “id.”, maar het On. gebruikt in deze bet. uitsluitend kristna (dat ook elders voorkomt, o.a. mnl. kerstenen), terwijl deypa = “indompelen” is, een bet., die ook bij mnl. dôpen, nnl. (in)doopen, mhd. toufen, ags. dîepan, got. uf-daupjan voorkomt en ouder is dan “baptizare”; het woord is een algemeen-germ. ablautvorm bij diep, die bij de Goten het eerst is gebruikt om den Christelijken doop aan te duiden, later evenzoo bij de westgermaansche volken. Men neemt wel aan, dat dezen den ritueelen term van de Goten hebben overgenomen (vgl. kerk). In ieder geval is hij in het Wgerm. ouder dan de Christianizeering. Voor andere oude kerkwoorden zie engel.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

do[o]pen. On. kristna is waarschijnlijk gevormd naar mnd. kerstenen (vgl. ook ofri. kind-kerstninge v. ‘kinderdoop’ en mnl. oudnnl. kerstenen ‘dopen’, nnl. kerstenen ‘tot het Christendom brengen, verchristelijken’). Daarnaast on. skîra, eig. ‘reinigen’. Overneming uit het Got. is bij do[o]pen waarschijnlijker dan bij kerk (zie kerk Suppl.): Braune PBB. 43, 421 vlg. Anders Pompen Donum Schrijnen 529 vlgg. Hierbij het znw. † doop = mnl. dôpe, ohd. toufî (hd. taufe), os. dôpi, ofri. dêpe v. ‘doop’. Vgl. got. daupeins v. ‘id.’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

duipe (ww.) dopen; Vreugmiddelnederlands dopen <1240>.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

dopen ‘door onderdompeling opnemen in het christelijk geloof’ (bet. van Grieks baptizein); ‘dope geven’ (Engels to dope)

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Dopen, onderdompelen; in de christelijke betekenis: door onderdompeling of besprenkeling met water, dat als symbool van de afwassing van de erfzonde geldt, opnemen in de christelijke geloofsgemeenschap; soms tevens: een naam geven.
Dopen, ten doop houden, (fig., van zaken) inwijden, presenteren, een naam geven.
Doop, het sacrament waarbij iemand gedoopt wordt. In de fig. betekenis 'eerste deelname, inwijding' vooral in samenstellingen.
Vuurdoop, inwijding in de strijd of, bij uitbreiding, eerste confrontatie in een moeilijke positie.
Luchtdoop, eerste vlucht.

Het woord dopen in de betekenis 'onderdompelen' was in de vroege Middeleeuwen al bekend voor de komst van het Christendom en ook nu nog kennen we dopen als 'door vloeistof halen', bijvoorbeeld van een stukje brood in de kaasfondue. In de christelijke betekenis is het waarschijnlijk evenzeer een kerkelijk als een bijbels woord. Het wassen met water als symbool voor geestelijke reiniging is overigens universeel. Johannes de Doper dankte zijn naam aan genoemd ritueel. Hij wijst vooruit naar Jezus en gebruikt daarbij dopen in de volgende uitspraak in letterlijke én overdrachtelijke zin: 'Ik doop jullie met water, maar er komt iemand die meer vermag dan ik [...]. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur' (Lucas 3:16, NBV). Bij luchtdoop en vuurdoop heeft men analoog zeedoop gevormd, maar bij deze incidentele nieuwvorming is evenmin van onderdompeling sprake: 'Onze zeedoop met een noordoostenwind van vijf à zes Beaufort op weg van Breskens naar Oostende was het eerste traject op weg naar de Middellandse Zee' (Waterkampioen, 1994, nr. 6).

Rijmbijbel (1271), v. 22172-74. Doe quam van galilee ihesus. / Als ons bescriuet matheus. / Ende wilde ghedopt sijn van ianne. (Toen kwam Jezus uit Galilea, zoals Matteüs ons beschrijft, en wilde gedoopt worden door Johannes.)
Statenvertaling (1637), Efeziërs 4:5. Een Heere, een geloove, eenen doop.
De drie Samen-op-Wegkerken kunnen zich vooralsnog niet vinden in het zegenen van kinderen als alternatief voor de doop. (Meppeler Courant, sept. 1994)
Onder grote belangstelling is vrijdagmiddag in de officiersmess van de Johannes Postkazerne de biografie over de verzetsheld Johannes Post ten doop gehouden. Het eerste exemplaar werd door auteur drs. Geert Hoving aangeboden aan Trijneke Blom-Post, een dochter van Johannes. (Meppeler Courant, nov. 1995)
'Ik probeerde wel een menselijke, kwetsbare Bond neer te zetten. Als akteur heb ik mij in die situatie ingeleefd.' Dat zei ons Pierce Brosnan, daags nadat hij in Londen als kerverse James Bond suksesrijk de vuurdoop doorstond met het Europese publiek. (De Standaard, dec. 1995)
Daar [in Roermond] vliegt ze een rondje over haar eigen huis. En dan gaat de vlucht terug naar Eindhoven. Weer veilig op de grond vertelt mevrouw Van Helden wat ze vond van haar luchtdoop. (Jeugdjournaal, okt. 1993)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dopen ‘dompelen, door doop in geloofsgemeenschap opnemen’ -> Negerhollands doop ‘dompelen, door doop in geloofsgemeenschap opnemen’; Papiaments dòp ‘dompelen, vooral bevochtigen door indompelen’; Sranantongo dopu ‘dompelen, door doop in geloofsgemeenschap opnemen; soppen’; Saramakkaans dópu ‘dompelen, door doop in geloofsgemeenschap opnemen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dopen* dompelen, door doop in geloofsgemeenschap opnemen 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut