Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

doorn - (stekel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

doorn zn. ‘stekel’
Onl. zn. thurn, thorn ‘doorn’ (en bn. thurnīn ‘doornig, van doornen’) in plaatsnamen als Durninu[m] ‘Deurne NB’ [721; Künzel 109], Thurne ‘id.’ [1100-1110; Künzel 109], Thornspiic ‘Doornspijk’ [796; Künzel 115], thorna (mv.) ‘dorens’ [10e eeuw; W.Ps.], thorn [1100; Will.]; mnl. dorn, doren [1240; Bern.].
Os. thorn; ohd. dorn (nhd. Dorn); ofri. (bn.) thornen ‘(van) doornen’; oe. þorn (ne. thorn) ‘doorn’; on. þorn (nzw. torn) ‘doorn’; got. þaurnus; < pgm. *þurnu- ‘doorn, stekel’.
Pgm. *þurnu- wijst op pie. *trn-. Het zou dan verwant kunnen zijn met Sanskrit trnam ‘grasspriet’(?); Oudkerkslavisch trŭnŭ (> Bulgaars tărn ‘doorn’); Grieks térnaks ‘kaktusstengel’ (?), van pie. *(s)ter- ‘stijf zijn’(?) (IEW 1031), zie → star.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

doorn* [puntig uitsteeksel, m.n. aan plant] {in de plaatsnaam Thornspiic, nu Doornspijk (Gld.) <796>, oudnederlands thorn 901-1000, middelnederlands do(o)rn, doren} oudsaksisch, oudhoogduits, oudfries thorn, oudengels ðorn, oudnoors þorn, gotisch þaurnus, oudkerkslavisch trŭnŭ [doorn], oudindisch tṛṇa- [gras, stro]. De uitdrukking het is hem een doorn in het oog [hij kan het niet zonder ergernis aanzien] is ontleend aan Num. 33:55, een doorn in het vlees [een ergernis] is ontleend aan 2 Kor. 12:7.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

doorn znw. m., ook doren, mnl. doorn, dōren, onfrank. thorn, os. thorn, ohd. (nhd.) dorn, ofri. thornen (bnw.), oe. ðorn, on. þorn, got. þaurnus. — osl. trŭnŭ ‘doorn’, oi. tṛná- ‘grashalm, gras’, gr. térnaks ‘cactusstengel’, van de idg. wt. *(s)ter ‘stijf zijn’ (IEW 1031), waarvoor zie: staar en star.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

doorn, doren znw., mnl. doorn, dōren, dorn m. = onfr. thorn, ohd. (nhd.) dorn, os. thorn, (ofri. bnw. thornen), ags. ðorn (eng. thorn), on. þorn, got. þaúrnus m. “doorn”. Naast idg. *ternu-(*tṛnu)- ook *terno-: oi. tṛ́ṇa- “grashalm”, obg. trŭnŭ “doorn”. Vgl. verder met ablaut ier. trâinîn “grashalmpje”. Onzeker is, of hierbij hoort gr. tróna agálmata ḗ rámmata ánthina. Van den wortel ter- “doorboren”, zie draaien.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

doorn. Owvla. (herb.) -dorn in samenst.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

doorn m., Mnl. doren, Onfra. thorn + Ohd. dorn (Mhd. en Nhd. id.), Ags. đorn (Eng. thorn), Ofri. id., On. þorn (Zw. torne, De. torn), Go. þaurnus + Osl. trŭnŭ = doorn (Po. tarn, Boh. trn), Skr. tṛṇam = grashalm: van den Idg. wrt. ter = doorgaan, doorsteken (z. darm).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

doring: van belang is die bet. “kranige persoon”, misk. deur byg. aan “skerp(sinnig)” en die vorm met velg. -ing (vgl. ketting, koring, toring, ens.); Ndl. doorn/doren, Hd. dorn, Eng. thorn, met enkele Idg. verw.

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?, uitgegee deur Edith H. Raidt, in: Tydskrif vir Geesteswetenskappe, pp. 235-290

Doring snw. Segsw.: Val in ’n bos en sê dan welke doring jou die seerste gesteek het, van toepassing op meisies van losse sedes. – Joos 584: “Spr.: Die deur de haag kruipt, weet niet wat doorel er hem schraamt, op meisjes die verscheiden minnaars hebben.” Ook by Harreb. I, 82: Als men door een doornenbosch gaat, wordt men door meer dan éénen doorn gestoken.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Een doorn in het oog, een bron van ergernis.

De oorsprong van deze uitdrukking is oudtestamentisch. Als het volk van Israël zich niet zal afkeren van de ongelovige volken, waarschuwt Jozua, dan zullen zij 'tot stekels in je zij en tot dorens in je ogen worden' (Numeri 33:35, NBV). Tot ernstige fysieke belemmeringen dus, ten opzichte waarvan de huidige betekenis aanmerkelijk is afgezwakt.

Deux-Aesbijbel (1562), Jozua 23:13. Sy sullen v ten stricke ende nette, ende ter gheessel in uwer zijden worden, ende ten doorn in uwen ooghen. (In de Statenvertaling (1637): tot doornen.)
De 'rode bisschop', wiens liberale opvattingen een doorn in het oog waren van Rome, werd in januari onder luid protest van vele gelovigen ontzet uit zijn ambt als bisschop van het Normandische Evreux. (De Standaard, dec. 1995)
Een kaderregeling voor additionele arbeid is in dit verband ook van groot belang. Evenals extra stimulans voor korter werken. De positie van alfa-hulpen is mij een doorn in het oog, ook daar moeten we de komende tijd flink aan trekken. (Rooie Vrouwen Magazine, maart 1992)
De vrijdagbijeenkomsten van Al-Sadr waren Saddam Hoessein een doorn in het oog omdat ze tienduizenden mensen trokken.(Trouw, 7-4-1999, p. 6)

Een doorn in het vlees, een belemmering voor de gemoedsrust; iets dat stoort.

Over de doorn in het vlees spreekt alleen Paulus, en wel in de zin van dreigende zonde, die hem voor zelfgenoegzaamheid moet behoeden: 'Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan' (2 Korintiërs 12:7, NBV). Het gaat om een ongemak dat in de oudere vertalingen in de laatstgenoemde bijbelplaats benoemd wordt als gebrek (Liesveldtbijbel), prikkel (Bijbel van Vorsterman), steeksel (Leuvense Bijbel 1548, Moerentorffbijbel 1599), spruyte (Deux Aesbijbel, 1562). Tussen uitdrukkingen doorn in het oog en doorn in het vlees is nog enig betekenisverschil, ook doordat bij die met vlees de letterlijke betekenis nog meer aanwezig is. Aansluiting bij die letterlijke betekenis ziet men nog in de volgende toepassing: 'Het ziet ernaar uit dat de gemeenteclassificatie in haar huidige vorm over een jaar wel ter ziele zal zijn. Daarmee verdwijnt dan een doorn uit het vlees' (Het Vrije Volk, 29-2-1964).

Statenvertaling (1637), 2 Korintiërs 12:7. Ende op dat ick my door de uytnementheyt der openbaringen niet en soude verheffen, so is my gegeven een scherpe doorn in het vleesch, namelijck een engel des Satan, dat hy my met vuysten slaen soude, op dat ick my niet en soude verheffen.
Het bestaan ervan [van zekere politieke situatie] is een doorn in het vlees van Europa en een tijdbom onder de eenheid in de NAVO. (Het Vrije Volk, 10-8-1964)
Als moslim-enclave is Gorazde de Serviërs een doorn in het vlees. Een verovering van de enclave vóór definitief overleg over een territoriale regeling zou voor de Serviërs dus van groot belang zijn. (NRC, apr. 1994)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Doorn, waarschijnlijk van den Ind. wt. ter = doorgaan, doorboren; zie ook Darm.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

doorn ‘puntig uitsteeksel aan plant’ -> Frans dialect dorne ‘bepaalde plant’; Negerhollands dorn, doorn ‘puntig uitsteeksel aan plant’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

doorn* puntig uitsteeksel aan plant 0721 [Künzel]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1953. Geen rozen zonder doornen,

d.w.z. aan het aangename is altijd eene onaangename zijde; geen lief zonder leed. Zie De Brune, 378: Men vint gheen roozen zonder doren; ook bl. 402: Gheen rooze, die gheen dorens heeft; Tuinman I, 94; 125. Het is eene in zeer vele talen bekende zegswijze; vgl. o.a. Afrik. daar is geen rose sonder dorings nie; het hd. keine Rose ohne Dornen; fr. il n'y a point de roses sans épines; eng. no rose without a thorn; ital. non v' è rosa senza spina; zweedsch: ingen ros utan törne; enz. Zie Wander III, 1725-1726.

467. Een doorn in het oog.

Iets is een doorn in iemands oog, wanneer het hem bij voortduring ergernis of afgunst veroorzaakt; de uitdr. is ontleend aan Num. 33, 35: ‘Maer indien gy de inwoonderen des lants niet en sult voor u aengesichte uyt de besittinge verdrijven, soo sal 't geschieden, dat, die gy van hen sult laten overblijven, tot doornen sullen zijn in uwe oogen’ (zie ook Josua 23, 13). Vgl. Tuinman I, 5; Zeeman, 163; Mnl. Wdb. II, 351; Ndl. Wdb. X, 2256; III, 3012; Antw. Idiot. 886. Vgl. fr. cela me blesse les yeux; hd. das ist mir ein Dorn im Auge; nd. 'n dôrn in 't oge wesen; eng. that is an eye-sore to me.

468. Een doorn in het vleesch.

Iets is iemand een doorn in het vleesch, wanneer het hem smartelijk en lastig is, het hem hindert, ergert, evenals een scherpe, puntige doorn in ons vleesch voortdurend smart veroorzaakt. De uitdr. is ontleend aan 2 Korinth. 12, 7: ‘Ende op dat ick my door de uytnementheyt der openbaringen niet en soude verheffen, so is my gegeven een scherpe doorn in het vleesch, [namelijck] een engel des Satan, dat hy my met vuysten slaen soude, op dat ick my niet en soude verheffen’. Vgl. Zeeman, 163-164; Vondel, Jos. in Dothan, 180: Een doren in de teenen; Huygens, Cluysw. 87; Tuinman I, 6 en Van Effen, Spectator X, 217; syn. iemand een doorn in den voet zijn (17de eeuw; zie Ndl. Wdb. III, 3012). Vgl. ook het Zuidndl. 't Is 'ne goeien doren uit den teen, de groote moeilijkheid is voorbij (Antw. Idiot. 370); fr. c'est une épine au pied; eng. a thorn in the flesh, in one's side.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut