Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

doofpot - (pot waarin men turf of kolen dooft)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

doofpot zn. ‘pot waarin men turf of kolen dooft’
Vnnl. doof-pot ‘pot om kolen te doven’ [1632; WNT lello]; vnnl. De Kool die helder leit te glooren ... Moet in de Doofpot haastig smooren ‘de kool die helder ligt te gloeien moet in de doofpot snel doven’ [1711; WNT], in de doofpot geraken ‘doordat er geen ruchtbaarheid aan wordt gegeven, vergeten raken’ [1912; WNT].
Samenstelling van het bn.doof, in het Middelnederlands ook doef ‘opgebrand zijn’ [1478; MNHWS], en het zn.pot 1.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

doofpotje Een doofpot was een metalen of aarden pot waarin men vroeger kolen of turf doofde, maar in Noord-Brabant wordt doofpotje tegenwoordig ook gebruikt voor ‘borrel’. De naam doelt waarschijnlijk op de verdovende werking van alcohol of de dorst die verdoofd wordt. Ook de uitdrukking iets in de doofpot stoppen kan van invloed zijn geweest, bijvoorbeeld omdat men het kroegbezoek voor de achterban geheim wilde houden.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

463. Iets in den doofpot stoppen.

Eigenlijk gezegd van glimmende turf of geglommen kolen, die uitdooven, wanneer ze in den doofpot gestopt worden; bij overdracht: opzettelijk over eene zaak niet meer spreken, er geen verdere ruchtbaarheid aan geven, haar smoren (vgl. smoorpot, doofpot). In het Vlaamsch zegt men volgens Schuermans, 21: in de assche schieten voor: ten ondere blijven, niet voltrokken worden, dat hier wellicht mede te vergelijken is. Ik vond de uitdr. het eerst opgeteekend bij Harrebomée I, 147 b; vgl. ook het fri.: in ding yn 'e dôfpot stoppe, smoare; en het Zuidndl. iets in den doodboek laten (vgl. ons vergeetboek, 17de eeuwBij P. de la Croix: Lubbert Lubbertze of de geadelde Boer, anno 1686.; Tuinman II, 239; V. Effen, Spect. I, 232), over iets niet meer spreken; in den doodboek blijven, geraken, vergeten worden, in den vergeethoek geraken (Antw. Idiot. 366), in 't verloren viendeel (vierendeel) geraken of liggen (Waasch Idiot. 711) of iets in het dak steken (De Bo, 1460 b en 210 b); vgl. fr. étouffer une affaire.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut