Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dondersteen - (stenen bijl; deugniet)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

don’dersteen (de, -stenen), stenen bijl. Als amulet worden ook vereerd de steenen bijlen der Indiaanen, de zoogenaamde donder- of onweerstenen (Enc.NWI 44). - Etym.: Men geloofde dat ze tijdens onweer (in Suriname weinig voorkomend) uit de lucht kwamen vallen (Enc.Sur. 158). Ook in AN heeft de naam d. betrekking op dit bijgeloof, maar dan m.b.t. ‘gewone’ stenen.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

dondersteen, donderstraal: lastig persoon; deugniet; kwelduivel. Reeds opgetekend bij Opprel en bij Boekenoogen.

Ze zijn zoo bang voor die dondersteen, de een loopt nog harder voor ’m dan de ander. (H. Hartog, Sjofelen, 1904)
Allemaal… generaal… admiraal… kloniaal… donderstraal… stoomgemaal… sidderaal! (Willem van Iependaal, Polletje Piekhaar, 1935)
Dát zal ik je betaald zetten, donderstraal! (Willy van der Heide, Dick Boei en de Bermbandieten, 1968)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut