Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

donderdag - (vijfde dag van de week)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

donderdag zn. ‘vijfde dag van de week’
Mnl. jn wittendonres dage ‘op witte donderdag’ [1253; CG I, 49], donredach ‘donderdag’: (genitief) donredaghes [1278; CG I,397], donredaghes [1268; CG I,113], Donderdach [heet] na Jupiterre, omdat hi donren dede verre ‘Donderdag heet naar Jupiter, omdat deze het ver in de omtrek donderen deed’ [1375; MNW].
De dag is genoemd naar de Germaanse god Donar, wiens naam identiek is met het woord → donder. De kenmerken van Donar (Noordzee-Germaans Thor) waren de donder en de bliksem. Hij werd daarom geïdentificeerd met de Romeinse god Jupiter, zoals blijkt uit oe. þunor oðe þur ‘Donar of Thor’ als vertaling van ‘Jupiter’. Zodoende werd de Latijnse naam van de donderdag Jovis dies ‘dag van Jupiter’ (> Frans jeudi ‘donderdag’) met de naam van Donar in het Germaans vertaald. Iets dergelijks gebeurde ook bij de andere namen van de weekdagen die zijn afgeleid van godennamen, zie → dinsdag, → vrijdag, → woensdag.
Ohd. donarestag (nhd. Donnerstag); oe. þunresdæg (ne. Thursday), ofri. thunresdei; on. þórsdagr < pgm. *þunares daga- ‘Donars dag’.
Lit.: M. Philippa (1994) ‘De dagen van de week’ in: E. Croonenberg e.a., De Dagen, Amsterdam, 13-15

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

donderdag* [vijfde dag van de week] {donderdach, donredach 1257} het eerste lid is de naam van de Germaanse god Thorr of Donar; donderdag is een vertalende ontlening aan latijn Iovis dies [Jupiters dag] (vgl. frans jeudi); het lat. vertaalde ontlenend aan grieks Dios hèmera [Zeus' dag].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

Donderdag znw. m., mnl. donresdach, mnd. dōnerdach, ohd. donarestag, ofri. thunresdei, oe. ðunresdæg (ne. Thursday), on. þōrsdagr is genoemd naar de Germaanse god os. Thunar, ohd. Donar, on. Þōrr, die zijn kracht in bliksem en donder manifesteerde. Daarin stemde hij met de romeinse Jupiter overeen en daarom werd hij met deze gelijkgesteld; bij de vertaling van dies Jovis kwam hij dus in aanmerking.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

Donderdag m., Mnl. donderdach, donresdach + Ohd. donarestag (Nhd. donnerstag), Ags. đunresdaeg (Eng. thursday), Ofri. thunresdei, On. þórsdagr (Zw. en De. torsdag): saamgest. met den naam van den god des donders, identisch met den naam van den donder: vergel. Lat. dies Jovis, Fr. jeudi = dag van Jupiter (z. zondag).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

Donderdag s.nw.
Vyfde dag van die week, maar tradisioneel en volgens internasionale afspraak in 1976 in Genève die vierde dag van die week.
Uit Ndl. donderdag (Mnl. donresdach). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Ndl. donderdag is 'n leenvertaling van Latyn dies Jovis 'dag van Jupiter', met donder- uit die naam van die Germ. dondergod Donar of Thor, of dalk bloot as s.nw. donder 'donder'.
D. Donnerstag (11de eeu), Eng. Thursday (ongeveer 1000).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

donderdag (vert. van Latijn dies Iovis)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

donderdag ‘vijfde dag van de week’ -> Mohegan-Pequot dozortar ‘vijfde dag van de week’; Negerhollands donnersdag, donnerdag ‘vijfde dag van de week’; Berbice-Nederlands dondrodaku ‘vijfde dag van de week’; Sranantongo donderdag ‘vijfde dag van de week’; Arowaks dondodakha ‘vijfde dag van de week’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

donderdag* vijfde dag van de week 1257 [CG I1, 68]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut