Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dommelen - (soezen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dommelen ww. ‘soezen’
Vnnl. dommelen ‘suffen, half slapen’ [1685; WNT].
Mogelijk een verdere betekenisontwikkeling van mnl. dommelen ‘brommen, gonzen’ [ca. 1483; MNW], een frequentatief bij mnl. dommen ‘dof geluid maken’ [14e eeuw; MNW], wrsch. een klanknabootsend woord. Het geluid van snurken kan bij de betekenisontwikkeling van dommelen een rol hebben gespeeld. Misschien is ook de betekenis van het bn.dom ‘suf’ van invloed geweest.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dommelen* [dutten] {1685} vermoedelijk een klankschilderende vorming.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dommelen ww., in de bet. ‘dutten’ eerst na Kiliaen, maar ook in het Oostfri., daarnaast staat ook dommeren; dus iteratieven van een ww. dommen. Misschien mag men teruggaan op doom ‘damp, nevel’ en dan beduidt dommelen dus ‘in een halfbewuste toestand van overgang tot de slaap zijn’. Het zal wel niet met dom 2 samenhangen. — > ne. dial. dummel ‘stommeling; sloom van beweging’ (sedert 1570, vgl. Bense 85).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dommelen ww., dial. ook dommeren, in de bet. “dutten” nog niet bij Kil.; ook in het Nnd. (Oostfri.). Bij een woord van een dergel. vorm en bet. ontgaat het ons, welke oorzaken het hebben doen ontstaan: dom II, mnl. dommen “dom zijn” (= ohd. tumbên) en zooveel andere woorden kunnen invloed hebben gehad. Mnl. dommen, Kil. dommelen “dreunen” is een heel ander woord.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dommelen 2 ono.w. (sluimeren), oorspr. onbek.: wellicht in verband met dodderen en dobberen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dommelen* dutten 1685 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut