Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dommekracht - (werktuig om zware voorwerpen op te tillen; stevig gebouwde sul)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

dom zn. m. ‘naaf’
Kiliaan (1599) noemt dom een “sicambrisch” (≈ Gelders) woord voor ‘duim’. In het Ned. wordt het vooral in modern dialecten gevonden. Op kaart 3.6 ´naaf van het wiel´ van de TNZN domineert het type dom(p) in de centrale dialecten, waaronder het Zuidhollands, het gehele Brabants, het Westlimburgs en het Zuidoostvlaams. Klankvarianten als domme op Tholen bewijzen een Middelnederlandse voorganger *domme uit Westgermaans *þumman-.
Dom ‘naaf’ komt voort uit de betekenis ‘duim’, de vinger die als ‘draaipunt’ van de hand fungeert. Zie voor deze metafoor de Mnl. en Vnnl. uitdrukking iet(s) draait op minen duim ‘ik heb iets te zeggen over, ik heb iets in mijn macht’. Vergelijk ook de technische betekenissen van Nnl. duim , zoals ‘scharnierpin, haakje, nok’. De korte klinker in dom is geen inheemse nevenform van duim, maar gaat terug op het bestaan van twee Proto-Germaanse varianten van het woord ‘duim’, *þūman- en *þuman-. Voor de korte *u zie IJsl., Ozwe. þumi m. ‘duim’, No. tomme m. ‘inch’, Oden. thumæ m. ‘duim, inch’ < *þuman-. Het Nederlands bewaart de tweede variant dus in dom ‘naaf’. De geminaat -mm- in *þumman- moet verklaard worden uit systeemdwang, zie Kroonen 2011: 267–96.
Dom ‘naaf’ is bovendien als domme nog bewaard in het woord dommekracht ‘winde, hefboom’.
dommekracht v. ‘werktuig om zware voorwerpen op te tillen’
Vnnl. (mv.) dommekrachten ‘werktuigen’ (1652-62), dommekragt ‘dom en log persoon’ (1690); Nnl. dommekracht ‘domme geweldenaar’ (1724-26); zie >EWN voor deze attestaties. De bestaande etymologische verklaringen moeten worden herzien in het licht van dom ‘naaf’. We weten nu dat dat woord op een West-Germaanse vorm met korte klinker *u teruggaat, en de eenvoudigste aanname is daarom dat dommekracht in de 17e eeuw uit precies dat domme ‘duim, naaf’ en kracht is gevormd. De alternatieve verklaring, nl. dat dom pas binnen het Nederlands uit een voorloper van duim verkort werd, is daarmee overbodig. Die verklaring moet ook op basis van de vorm afgewezen worden. De vergelijking met de dialectische verkorting van bloem tot blom loopt mank aangezien het daarbij om een andere klinker gaat (Mnl. /o:/ of /oə/ in bloem, Mnl. /u:/ of /y:/ in duim), en omdat die verkorting een veel sporadischer karakter heeft dan de algemene verspreiding van dom ‘naaf’.
[Gepubliceerd op 24-07-2014 op Neerlandistiek.nl]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

dommekracht zn. ‘werktuig om zware voorwerpen op te tillen; stevig gebouwde sul’
Vnnl. (mv.) dommekrachten ‘werktuigen’ [1652-62; WNT], dommekragt ‘dom en log persoon’ [1690; WNT]; nnl. dommekracht ‘domme geweldenaar’ [1724-26; WNT].
Regionaal komt duimkracht, doemkracht voor. Het eerste deel van de samenstelling behoort gezien deze varianten wrsch. bij → duim < onl. *dūma-. Het is niet duidelijk, of er naast *dūma- nog een vorm *duma- met korte klinker voorkwam, of dat het eerste deel secundair verkort is, wrsch. onder invloed van het bn.dom 2 (te vergelijken is blom- naast → bloem 1 ‘deel van plant’). In ieder geval zal bij dommekracht het bn. zeker enige volksetymologische invloed hebben gehad, gezien de reeds vroeg voorkomende secundaire betekenissen.
Oost-Fries dumkracht, Duits Daumkraft ‘dommekracht’ (Grimm, DW II,853).

EWN: dommekracht zn. 'werktuig om zware voorwerpen op te tillen; stevig gebouwde sul' (1652-62)
ANTEDATERING: 't Minnen is een domme-kracht [1637; Van der Veen, 206]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dommekracht* [werktuig] {1660} van dom2 [spil] + kracht.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dommekracht znw. v., eerst vroeg-nnl., daarnaast ook duimkracht, vgl. Kampens doemkracht, vgl. oostfri. dŭmkracht, dūmkraft, nhd. daumkraft. Het 1ste lid is dus duim, waarnaast in de germ. talen ook vormen met korte vocaal *dŭma voorkomen; misschien is dat hier ook het geval. Overigens is de verkorting van duim (of ouder dūm) > dom te vergelijken met die van bloem > blom.

In het russ. overgenomen als dumkrát, waarnaast ook vormen als damkrát en pankrát (R. v. d. Meulen Ts. 29, 1910, 248).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dommekracht znw., dial. ook duimkracht (Kamp. doemkracht), nog niet bij Kil. Samenst. uit dom + kracht. Dit dom is een bijvorm van duim, die door Kil. Sicambrisch genoemd wordt. Dial. komen dom en duim ook = “naaf van een wiel, spil, pin die in iets draait” voor, evenzoo op du. gebied. Dom is uit den langvocalischen vorm door verkorting ontstaan (vgl. blom naast bloem) of staat er mee in ablaut (vgl. de bij duim geciteerde vormen). Waar de samenst. dommekracht het oudst is, in het Ndl., Ndd. (oostfri. dū̆mkracht, dûmkraft) of Hd. (daumkraft v.) is moeilijk uit te maken. Uit het Ndd. leidt men de. dunkraft, donkraft, zw. domkraft af.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

dommekracht. Het vermoeden van Kloeke Exp. 119 vlgg., dat dom een relict met holl. oe < germ. û is, blijft zeer onzeker, zolang niet vaststaat 1° dat het woord vanouds in Holland inheems was, 2° dat het niet behoort tot de bij duim vermelde vormen met vanouds korte vocaal.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dommekracht v., + Hgd. daumkraft, met dial. dom 1 = duim; vergel. Fr. cric tom-pouce; het Wvl. zegt Duitsche winde.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

domkrag s.nw.
Werktuig om 'n swaar voorwerp mee op te lig.
Uit Ndl. dommekracht (1660), 'n samestelling van dom en kracht, met dom 'n wisselvorm van duim 'uitsteeksel aan 'n as of spil waarmee 'n bewegende deel opgelig word'.
D. Daumkraft.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

domkrag: bep. hefboomwerktuig; Ndl. dommekracht waarin dom ’n ou wv. v. doem/duim is, naam n.a.v. krag ontw. deur die druk van ’n duim op ’n hefboom.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dommekracht ‘werktuig om zware lasten mee te tillen’ -> Fries dommekracht ‘werktuig; dom log persoon’; Deens donkraft ‘werktuig’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors donkraft ‘werktuig om zware lasten mee te tillen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds domkraft ‘mechanisch toestel om zware lasten mee te tillen’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins tunkki ‘werktuig om zware lasten mee te tillen’ ; Russisch domkrát ‘hefgeleider, voetwindas, voetlier’; Oekraïens domkrát ‘werktuig om zware lasten mee te tillen’ ; Azeri domkrat ‘mechanisch toestel om zware lasten mee te tillen’ ; Litouws domkratas ‘mechanisch toestel om zware lasten mee te tillen’; Indonesisch dongkrak ‘krik’; Gimán dongkrak ‘hefgeleider, bijvoorbeeld een paal’; Jakartaans-Maleis dongkrak ‘werktuig’; Javaans dhongkrah, dhongkrak ‘werktuig’; Keiëes domkrak ‘werktuig’; Makassaars dôngkará ‘werktuig’; Sasaks dongkrak ‘werktuig’; Soendanees dongkrak ‘krik, kraan’; Petjoh dongkrak ‘werktuig’ ; Sranantongo donkraki ‘werktuig’; Surinaams-Javaans dhongkrah ‘werktuig’.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

dommekracht. Een dommekracht is een werktuig om zware voorwerpen mee op te tillen. Het woord is voor het eerst in 1660 in het Nederlands genoteerd. De meeste mensen zullen denken dat de naam verwijst naar het feit dat het gaat om een werktuig dat men hanteert met domme kracht, dus zonder zijn verstand te gebruiken - vergelijk bijvoorbeeld de Engelse benaming mindless hulk en de Duitse naam hirnloses Muskelpaket. Uit de gewestelijke vormen duimkracht, doemkracht blijkt echter dat de herkomst anders is: het woord is samengesteld uit dom, een bijvorm van doem, duim 'duim, spil', en kracht, en betekent dus eigenlijk 'duimkracht'. Het toestel bestaat uit een getande en van grepen ('duimen') voorziene verticale ijzeren stang, die door raderwerk omhooggebracht kan worden.

Een dommekracht is een van de Nederlandse technische vernieuwingen die door anderen is overgenomen, samen met de naam ervoor. In de tijd van Peter de Grote, toen veel Nederlandse scheepslieden in Sint-Petersburg werkten (zie ook de ingang brandspuit), is het woord dommekracht door het Russisch overgenomen als domkrat. De oudste vermelding was in 1697 in de vorm dumachkrat.

Ook in het Indonesisch en het Sranantongo is het woord overgenomen uit het Nederlands: in het Indonesisch heeft het de vorm dongkrak gekregen (zie de filmaankondiging op illustratie 4), en in het Sranantongo spreekt men van een donkraki. In het Gimán, dat op de Molukken wordt gesproken (zie belet) is het Indonesische woord dongkrak overgenomen; de antropoloog Teljeur, die als onderzoeker in dit gebied werkzaam is geweest, merkt hierover op:

Het instrument zelf is onbekend bij de Gimán, men bedoelt een werktuig met soortgelijke functie, bijvoorbeeld een paal. Het aparte is dat in het Gimán het zelfstandige naamwoord dongkrak is opgevat als een als zelfstandig naamwoord gebruikte verbogen werkwoordsvorm, bestaande uit stam + metathese + achtervoegsel -k, waardoor als onverbogen vorm als vanzelf het werkwoord dongkar kon worden geconstrueerd, met de betekenis 'zware dingen van hun onderzijde opheffen met een werktuig'.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dommekracht* werktuig 1660 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal