Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

domicilie - (wettelijke woonplaats)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

domicilie zn. ‘wettelijke woonplaats’
Vnnl. fixe domicilie ‘vaste woonplaats’ [1502; MNW gediede], domicilie ‘id.’ [1535; Stall.].
Ontleend aan Latijn domicilium ‘woning, woonplaats’, een abstractum bij het zn. domus ‘huis’ (zie → dom 1) met een onzeker tweede lid. Misschien is er verband met het werkwoord colere ‘wonen’ (zie → cultuur).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

domicilie [woonplaats] {1535} < latijn domicilium, van domus [huis] + de stam van colere [bebouwen, in stand houden, (be)wonen] (vgl. cultuur).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

domicilie ‘woonplaats’ -> Indonesisch domisili ‘woonplaats’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

domicilie woonplaats 1535 [WNT wet I] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut