Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

domen - (dampen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

domen* [dampen] {1301-1400 in de betekenis ‘vochtig zijn, nevelig zijn, dampen’} van middelnederlands do(e)m [damp, wasem] (vgl. opdoemen).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

domen, demen ww.: dampen, wasemen. Afl. van doom. Vnnl. doomen ‘iecter des vapeurs’ (Lambrecht); doomen, dompen ‘vaporare’ (Kiliaan). De var. demen wsch. door betekenisverschuiving van of verwarring met Mnl. demen ‘duister worden’; deemsterig betekent trouwens ook ‘nevelig’ (zie deemster). Zie ook doom.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal