Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

domein - (gebied)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

domein zn. ‘gebied’
Vnnl. (mv.) domeynen ‘heerlijke goederen; heerlijke rechten’ [1514; MNW], domeyne, demeyne ‘schatplichtige gebieden’ [1599; Kil.], (mv.) Domainen ‘Landsinkomsten, heerlijkheden’ [1650; Hofman], domein ‘grondbezit’ [1651; WNT], ... de theorie van de staathuishoudkunde ... reeds publiek domein geworden is ‘... reeds het terrein van niet-specialisten geworden is’ [1864; WNT], het eigenlijke domein der philologie ‘het eigenlijke terrein van de filologie’ [1879; WNT].
Ontleend aan Frans domaine ‘landgoed, bezit van een heer’ [1175; Rey], eerder demeine [11e eeuw; Rey.]; de etymologie hiervan is omstreden: uit Latijn dominium ‘heerschappij; eigendom’, een afleiding bij dominus ‘heer’, zie → dominee, of. minder wrsch., de gesubstantiveerde vom van het bn. demaine ‘eigen’ < Latijn dominicus ‘met betrekking tot de meester’. De middeleeuws-Latijnse vorm domanium is gevormd op basis van het Franse zn., niet andersom.
Overdrachtelijk ging het woord ook ‘geestelijk gebied’ betekenen.

EWN: domein zn. 'gebied' (1514)
ANTEDATERING: mnl. ons heren domeynnen ende erve 'de heerlijkheden en erfgoederen van onze heer' [1470; iMNW verminderen]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

domein [gebied] {domeinen [de gezamenlijke rechten en inkomsten van de staat] 1514} < frans domaine [gebied] < middeleeuws latijn domanium [land dat door leenmannen voor eigen gebruik wordt benut], latijn dominium [heerschappij, eigendomsrecht, in me. lat. landgoed], van dominus (vgl. dominee).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

domein znw. o., mnl. domeinen ‘heerlijke goederen, heerlijke rechten’ < fra. domaines (sedert de 12de eeuw) < mlat. domānium < lat. dominium ‘heerschappij’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

domein znw. o., mnl. al ’t mv. domeinen “heerlijke goederen, heerlijke rechten” uit fr. domaines “id.” = mlat. domânium, voor lat. dominium. Ook elders ontleend.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

domein ‘gebied’ -> Indonesisch doméin ‘gebied’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

domein gebied 1602 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut