Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dof - (mat, gedempt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dof 1 bn. ‘niet helder, mat’
Vnnl. het doffe leven ‘het weinig vreugdevolle bestaan’ [1608; WNT voos I], mijn doffe gheest ‘mijn matte, treurige geest’ [1613; WNT zangster], dof ‘mat, niet glanzend’ [1634; WNT wiggelen], ‘niet helder klinkend’ [1673; WNT vruchten I].
Dof is een verkorte vorm van → doof; in het Middelnederlands betekent doof, doove, doef ‘gevoelloos, gek, doof (van personen); dof, dor (van zaken)’.
Voor een nevenvorm van dof zie → duf ‘bedompt, saai’. Een andere nevenvorm is West-Vlaams doef ‘zwoel, drukkend’.

duf bn. ‘bedompt, saai’
Vnnl. ver-duft, ver-doft, duf ‘een “dove” geur uitwasemend; muf’ [1607; Kil.], duf, muftig ‘schimmelig, beschimmeld’ [1669; Ende], duf ‘muf, stinkend’ [1675; WNT zorgelijk]; nnl. ‘suf(geslagen)’ [1708; WNT suf I] ‘saai, somber’ [1733; WNT wel V].
Variant van → dof 1, mogelijk naar analogie van muf en suf.

EWN: duf bn. 'bedompt, saai' (1607)
ANTEDATERING: duf en vermuft 'bedompt en muf' [1590; Balck, 108]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dof2* [mat, gedempt] {1608} evenals duf hetzelfde woord als doof [in middelnl. gevoelloos, dwaas, doof, dof].

duf* [muf, suf] {1636 in de betekenis ‘bedompt’; de betekenis ‘suf’ 1657} nevenvorm van dof2, mogelijk o.i.v. muf.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dof bnw. naast duf, mnl. doof ‘dof’ (vgl. dial. nnl. doof, in het Antw. ‘dof’, in het Zaans ‘bewolkt, beslagen, dof’) is hetzelfde als doof. De verkorte klinker (misschien van klankschilderende aard) vinden wij ook in fri. gron. ndd. dof (men kan ook denken aan een ablautsverhouding). — Zie ook: duf.

duf bnw., hetzelfde als dof, met een oudere bet. ‘ongevoelig, weinig levendig’; door de klankwaarde verengd van betekenis meent Kruyskamp, Ts. 62, 1943> 1- 3.

Daarbij kan het voorbeeld van woorden als muf en suf hebben meegewerkt, zoals W. de Vries, Ts. 34, 1915-6 vermoedt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dof, duf bnww., nog niet bij Kil. = mnl. doof “dof”, nndl. dial. doof (Antw.) “dof”, (Zaansch) “bewolkt, dof, beslagen”, douf (wvla.) “drukkend”, dat met doof “surdus” identisch is. De oorzaak van de vocaalverkorting is bezwaarlijk vast te stellen; vgl. lof I. Evenzoo fri. gron. ndd. dof, duf “vochtig, dof”. Voor ndl. dof: duf vgl. kust I, en ook dial. kos: ndl. kus.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

dof, duf. De laatste vorm is wellicht onder invloed van muf (eventueel suf) opgekomen: W. de Vries Tschr. 34, 5.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dof 3 bijv.(mat), , evenals duf, bijvorm van doof (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

doef 1, bn.: laf, zwoel, drukkend, benauwd (weer). Dial. uitspraak en verschoven betekenis van Ndl. dof ‘mat, lusteloos’, duf ‘muf, vochtig’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dof ‘mat, gedempt’ -> Duits dialect duff ‘mat, glanzeloos’; Zweeds dov ‘mat, gedempt, geluidloos’ (uit Nederlands of Nederduits); Papiaments dòf ‘mat, gedempt’; Sranantongo dòf ‘mat, gedempt; mat of gedempt maken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dof* mat, gedempt 1608 [WNT voos I]

duf* suf, muf 1599-1607 [Kil.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal