Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

doezelen - (suf zijn)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

does 2 bn. ‘suf’
Vnnl. doese (zn.) ‘suffe vrouw’ [1644; WNT doeze], doese vrijster ‘domme vrouw’ [1661; WNT zoop]; hiermee verwant mnl. dosich bn. ‘duizelig, suf’ [1350; MNW], vnnl. deusich, duysigh ‘duizelig, suf’ [1599; Kiliaan].
Mnd. dösig ‘slaperig, duizelig, suffig’ (hieruit nhd. dösig [begin 19e eeuw]); hiernaast mnd. dusich, düsich ‘duizelig’, ohd. tūsīg ‘dwaas’; oe. dysig ‘dwaas’ (ne. dizzy ‘duizelig’, zie → dizzy), ofri. dūsig ‘duizelig’ (nfri. dûs bn. ‘kortzichtig, dom’; dûzig ‘duizelig; soezerig, slaperig’), bij de pgm. wortel *dūs- ‘duizelen’.
De Germaanse vormen gaan misschien terug op pie. *dheus-, *dhus- ‘stuiven, wervelen, duizelig zijn’ (IEW 261, 268-270), zie → duizelen.
De -oe- van does, doezelen (de normale ontwikkeling is -oe- > -uu- > -ui-) is geen Germaans relict, maar is ontleend aan het Fries of stamt uit een Oost-Nederlands dialect, waar de Oudnederlandse ū niet tot -ui- werd maar als -oe- bewaard bleef.
doezelen ww. ‘suffen’. Nnl. doezelen ‘id.’ [1911; WNT]. Frequentatief van doezen ‘suffen’ [1909-10; WNT], bij dezelfde stam als does 2 en duizelen. Ook hier stamt de -oe- uit een dialect waarin de Oudnederlandse ū als -oe- bewaard bleef. ♦ doezelig bn. ‘dromerig, slaperig’. Nnl. doezelig ‘id.’ [1911; WNT]. Gevormd uit doezelen en het achtervoegsel → -ig.

EWN: ♦ doezelen ww. 'suffen' (1911)
ANTEDATERING: de doezelende geest 'de suffende geest' [1880; De Locomotief 6/7]
EWN: ♦ doezelig bn. 'dromerig, slaperig' (1911)
ANTEDATERING: eerst in de afleiding doezeligheid: Pyn en doezeligheid ('duizeligheid') van 't Hooft [1736; Ilberi 232]
Later: "Döösig". – Ook wel "düsig" (platduis). Eigenlijk hetzelfde, als ons … duizelig … bedwelmd. Voorts ten gevolge daarvan: stomp, dof, droomerig, slaperig … in welke zin men in Gelderland van "een doezelig meisje, eene regte doezel" spreekt [1827; Lulofs, 425] (EWN: 1911); beiden waren doezelig, lui en averegts ('onuitgeslapen, lui en onbekwaam') [1853; Leeskabinet 1, 163]; haar doezelig ('dromerig') gezigje [1857; Calcar 1, 236]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

doezelen* [suf zijn] {1901-1925} dialectische nevenvorm van duizelen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

doezelen 1 ww. ‘slaperig zijn’ met een oostnl. oe voor nl. ui (of minder waarschijnlijk met een als relict bewaard gebleven germ. ū, zo Kloeke, Exp. 119 vlgg.; daarvoor is het woord toch wel te jong), staat naast duizelen, vgl. ook does 5.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

doezelig, doezelen (slaperig) resp. (slaperig zijn), hebben (evenals soezen) dial. (fri. of saks.) oe uit germ. û, tegenover de klankwettige ndl. vormen duizelig, duizelen. Dial. (Zaansch) komt ook duzzelig “dommelig, slaperig” voor.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

doezelig (slaperig), doezelen. Kloeke Exp. 119 vlgg. beschouwt deze vormen als relicten met oe < û. Minder waarschijnlijk.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

doezelen ‘suf zijn’ -> Indonesisch dusi mendusi ‘suf zijn’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

doezelen* suf zijn 1911 [WNT doezelen II]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut