Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

doedelen - (een gedempte toon voortbrengen, op de doedelzak spelen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

doedelen [een gedempte toon voortbrengen, op de doedelzak spelen] {1856-1859} < hoogduits dudeln [idem], een klanknabootsend woord en waarschijnlijk ouder dan Dudelsack (vgl. doedelzak), maar qua betekenis hierdoor beïnvloed.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

doedel, doedelzak znw., nog niet bij Kil. Uit nhd. dudelsack m., dudeln en dit uit poolsch dudlić (van dudy “doedelzak”).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

doedelen, doddelen, ww.: knuffelen, zachtjes musiceren. Zoals Ndl. doedelen ‘op de doedelzak spelen, een zachte toon voortbrengen, fluiten’ uit D. dudeln. Klanknabootsend woord.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut