Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dodo - (uitgestorven vogel (Raphus cucullatus))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dodo 1 zn. ‘uitgestorven vogel (Raphus cucullatus)’
Vnnl. Men vinter ook sekeren vogel, die van sommige Dodaersen genaemt wort, van andere Dronten, de eerste die hier arriveerden hietense walgh-vogels [1646; WNT dodaars], Dodo [1853; WNT].
Ontleend aan Portugees dodó ‘id.’, maar de verdere herkomst is niet helemaal zeker. Wrsch. een verkorte vorm van een woord dat ontleend werd aan een ouder Nederlands dodaars, afgeleid van dod (een variant van → dot) en → aars, vanwege de opvallende pluk veren die de vogel aan de achterkant had (nu duidt deze naam een andere vogel aan, de Tachybaptus ruficollis). Een andere opvatting is dat Portugees dodó afgeleid is van het bn. doudo (modern Portugees doido) ‘dom, mal’ [16e eeuw; da Cunha], dat misschien uit Engels dolt ‘dom’ [16e eeuw; ShOED], een vorm van dulled ‘versuft’ (zie → dol) komt.
De dodo leefde oorspr. alleen op het eiland Mauritius en werd daar in 1598 door Hollandse zeelieden ontdekt. Zij gaven er de naam walgvogel aan, naar het taaie onsmakelijke dodovlees. Ook andere namen raakten in gebruik, waaronder dodaars en dronte (waaruit Deens dronte). De dodo kon niet vliegen en liep zeer traag en vormde een gemakkelijke prooi voor de jagende mens en voor uit Europa meegenomen (en verwilderde) varkens. Als een van de eerste uitgestorven diersoorten (minder dan een eeuw na ontdekking) waar de mens zich bewust van is geworden werd de dodo tot symbool en moeder der uitgestorven diersoorten, vergelijk ook de uitdrukking Engels as dead as a dodo.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dodo [uitgestorven vogelsoort] {1853} < portugees doudo [dwaas], vermoedelijk zo genoemd vanwege zijn lomp en onhandig voorkomen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dodo 1 m. (dodaars), uit Port. aoudo: oorspr. onbek.

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Dodo Raphus cucullatus (Linnaeus: Struthio) 1758 (= Didus ineptus Gmelin). Grote en zware, niet tot vliegen in staat zijnde, Duifachtige vogel op het eiland Mauritius in de Indische Oceaan. Het eiland is door de Hollanders naar Maurits van Oranje (1567-1625) genoemd; de eilandengroep (Maskarenen E As dead as the dodo ‘Zo dood als een pier’ is een gezegde dat sarcastisch verwijst naar dit definitief uitgestorven zijn.
Omdat Linnaeus 1758 de soort noemt (als “Struthio” (= Struisvogel)), behandelt ook Houttuyn 1763 hem. Deze vermeldt het volgende (p.320): “Men vindt deezen van CLUSIUS, die ’er een zeer slegte Afbeelding van gegeven heeft, de uitheemsche Kalkoen getyteld, en anderen noemen hem de gekapte of gekaperde Zwaan [↑] van ’t Eiland Mauritius; ... door de Portugeezen Dodo, door de Hollanders Dronte of Dod-Aars2 geheten, zegt BONTIUS, die ’er een Afbeelding van geeft. Anderen zeggen dat de onzen, op dat Eiland, hem Walg-vogel plagten te noemen. Ik heb den naam van Dod-Aars, om dat de Staartveeren als tot een bol samengerold zyn, behouden.” Op p.321 komt Houttuyn al tot een bang vermoeden: “Den Dod-Aars1 merkt men, in ’t algemeen, als een Inwooner van Mauritius aan, doch ik vind onder de Vogelen van dat Eiland, thans l’Isle de France, hem door den Abt DE LA CAILLE niet opgetekend. Misschien zal hy ’er, door langheid van tyd en het menigvuldig Jaagen, reeds geheel zyn uitgeroeid; want hy was traag van gang en dom, wordende ligtelyk gevangen, zegt BONTIUS.”
Zie ook Burgemeester, Dodaars, Dronte, Gekaperde Zwaan, Kermisgans en Walgh-voghel.
ETYMOLOGIE De naam is volgens Weekley 1967 afkomstig van portugees doudo (= doido ‘gek, dwaas’), omdat de vogel zich gemakkelijk liet pakken; veel vogels hebben zulk soort namen, vooral de tropische zeevogels, die geen mensen gewend waren en er niet voor vluchtten (bijv. Noddy).
Van Wissen 1995 vermeldt als één der etymologieën een geluidsnabootsing van de (Duifachtige) roep “doe-doe” van de vogel (in vD 1904 staat Doedoe als naam vermeld!). Aangezien hiervoor geen N bronnen pleitten, zou dit ook weer een portugese inbreng van de naamsgeschiedenis kunnen zijn. In dat geval hebben de Portugezen in het geluid van de vogel hun woord voor ‘dwaas’ gehoord.
De etymologie van Dodaars ↑ is een geheel andere dan die van de naam Dodo. Toch kan er nog wel een verband zijn: de portugese naam (Doudo) kan door de Nederlanders opgevangen zijn, waarna de Nederlanders de klank van die naam hebben gebruikt als ‘voorzetje’ tot hún naam, die vanwege het tweede deel veel wegheeft van een schimpnaam. Als een oude N naam Todaers tegen de verwachting in al bestond, is mogelijk bij deze gelegenheid de [t] in een [d] veranderd.

==

1 WNT 1853 als oudste datering van de N naam [Sijs 2001].

2 Ook vDE 1993 memoreert dat de naam Dodaars ↑ vroeger aan de Dodo werd gegeven. Het is ws. zo, dat de namen Dodo en Dodaars enige tijd met elkaar verward werden of door elkaar gebruikt en dat na het uitsterven van de Dodo in 1681 de naam Dodaars hoe langer hoe meer uitsluitend voor de ‘kleine fuut’ beschikbaar kwam. In Houttuyn 1763 en Vroeg 1764 wordt de naam Dodaars nog niet gebruikt voor de kleine Fuutachtige; voor deze wel de namen Aarsvoet en klein Duikertje.

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

dodo: (jeugdtaal) sufferd; dom persoon; te mijden figuur. Sedert begin jaren tachtig. Wellicht populair geworden dankzij de kinderserie ‘Dappere Dodo’ (een creatie van marionettenspeler Bert Brugman) die op 3 februari 1955 bij de KRO van start ging. Deze tv-serie verdween pas in 1964 na 75 afleveringen van het scherm. Het kinderkoor De Karekieten vertolkten het lied van Dappere Dodo. De beginregels klonken zo: ‘Jongens, meisjes, kijk nu goed / Wat die dapp’re Dodo doet.’ Figuren uit de televisiereeks waren Opa Buiswater en juffrouw Vulpen. Tegenwoordig is dappere dodo een populaire bijnaam voor iemand die op een sullige manier probeert dapper te zijn. Deze dodo heeft niets te maken met de gelijknamige uitgestorven walgvogel, die een dot veren aan de aars heeft en er vrij dom uitziet. De naam werd door tekstschrijver Fred Bredschneyder ontleend aan een boek over heiligen, waarin onder anderen een zekere Sint-Dodo van Asch voorkwam.

Men studeert hard. Als je je bovendien als een sufferd gedraagt ben je een ‘doos’ of nog erger een ‘dodo’. (Playboy, september 1987. Over studenten)
Zo zag ik Robert ten Brink, Serge Henri Valcke en nog een paar dodo’s gemaakt enthousiast doen. (Nieuwe Revu, 09/07/1997)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

dodo (Portugees doudo)
Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

dodo s.nw.
Uitgestorwe voël van Mauritius.
Uit Ndl. dodo (1853) of Eng. dodo (1628).
Ndl. dodo en Eng. dodo uit Port. doudo 'dwaas'.
Die voëls is vermoedelik so genoem vanweë die lomp voorkoms daarvan. Terwyl die voëls niksvermoedend (oënskynlik aan die slaap) bly staan het, is hulle deur die mense afgemaai.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dodo uitgestorven vogelsoort 1853 [WNT] <Portugees

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut