Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

document - (bewijsstuk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

document zn. ‘bewijsstuk’
Vnnl. bewys ende document ‘bewijs en bewijsstuk’ [1548; Stall.], Document, een waerschou, oft een te kennen gheuinghe ‘Document, een verordening of kennisgeving’ [1577; Werve], document “leerstuck, bewijsinghe” [1650; Hofman].
Wrsch. direct ontleend aan Latijn documentum ‘lering, waarschuwend voorbeeld, bewijs’, gevormd met -mentum (waarvoor zie → -ment) bij docēre ‘onderwijzen’, zie → doceren. Frans document krijgt volgens Rey eerst tegen het eind van de 17e eeuw de betekenis ‘bewijsstuk’, eerder betekende het uitsluitend ‘lering etc.’ (Godefroy heeft overigens wel een attestatie van de betekenis ‘bewijsstuk’ uit de 15e eeuw).
documentatie zn. ‘gegevensverzameling’. Nnl. documentatie ‘id.’ [1927; WNT regelmatig]. Ontleend aan Frans documentation ‘bijeenbrengen van documenten; verzameling documenten’ [1870; Rey], afleiding van document. ♦ documenteren ww. ‘met bewijzen, gegevens, documenten staven’. Nnl. documenteren ‘bewijzen, met oorkonden staven’ [1824; Weiland]. Ontleend aan Frans documenter ‘met documenten staven’ [1876; Rey], eerder al ‘onderrichten’ [1755; Rey], afleiding van document.

EWN: document zn. 'bewijsstuk' (1548)
ANTEDATERING: die merckelicke bewisingen ende documenten tegen hem gedaen wesende 'de evidente bewijsredenen en bewijsstukken die tegen hem zijn aangevoerd' [1517; Aurelius, 291v]
EWN: ♦ documentatie zn. 'gegevensverzameling' (1927)
ANTEDATERING: kennisneming van … gedrukte documentatie [1883; AHB 10/10]
EWN: ♦ documenteren ww. 'met bewijzen, gegevens, documenten staven' (1824)
ANTEDATERING: open te leggen en te documenteeren [1771; Amsterdamse courant (KB) 19/2]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

document [bescheid] {1614} < frans document < latijn documentum [lering, leerzaam of waarschuwend voorbeeld, bewijs, toonbeeld], van docēre [onderwijzen, inlichten, meedelen] (vgl. doceren).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

dokument s.nw.
1. Skriftelike bewysstuk. 2. Geskrif wat inligting bevat.
Uit Ndl. document (1548 in bet. 1, 1577 in bet. 2).
Ndl. document uit Fr. document uit Latyn documentum 'les, waarskuwende voorbeeld, bewys', met lg. van docere 'leer, inlig, meedeel'.
D. Dokument (16de eeu), Eng. document (ongeveer 1450 in bet. 1, 1727 in bet. 2), It. documento, Port. documente, Sp. documento.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

document (Latijn documentum)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

document ‘bescheid’ -> Indonesisch dokumén ‘bescheid’; Menadonees dokumèn ‘bescheid’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

document bescheid 1614 [WNT waarschuw] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut