Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

doctor - (iemand met de hoogste academische titel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

doctor zn. ‘iemand met de hoogste academische titel’
Mnl. ‘leraar’ in Heren meisteren, doctoren ind clercken der universiteten [1396; MNW universiteit], doctor ‘kerkleraar’ [1460-80; MNW-R]; vnnl. doctor ‘geneesheer’ [1576; WNT], Doctoor in beyde Rechten [ca. 1600; WNT recht II], gepromoveerde doctoiren [1668; WNT voorzitting].
Ontleend aan Latijn doctor ‘leraar’, afgeleid van docēre ‘onderwijzen’, zie → doceren.
Middeleeuws Latijn doctor kreeg in de universitaire wereld algauw de specifieke betekenis ‘afgestudeerde (gepromoveerde)’. Deze betekenis is uiteindelijk ook in het Nederlands overgenomen (en heeft het oudere ‘(kerk)leraar’ vervangen), maar de titel van één specifiek soort afgestudeerde, de geneeskundige, kwam al eerder in de volkstaal terecht en is daar uiteindelijk geheel vernederlandst tot → dokter. Onder invloed van Frans docteur en de klemtoon in de verbogen Latijnse vormen zijn vanaf het Vroegnieuwnederlands ook andere vormen in gebruik, zoals docteur, doctoor/doctoir.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

doctor [academische graad] {doctoor [geleerde, leraar] 1451-1500; als academische graad 1557} < latijn doctor [leraar, leermeester], van docēre (verl. deelw. doctum) [onderrichten, onderwijs geven, uiteenzetten] (vgl. doceren).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

doctor

Er is een duidelijk verschil tussen een doctor (Dr.) en een dokter, maar het is wel hetzelfde woord op verschillende wijze geschreven. Het Latijnse werkwoord docére betekent: onderwijzen en een doctor is dus eigenlijk een leraar. Maar men gebruikt het woord nu als titel van hen die door het schrijven en verdedigen van een proefschrift de hoogste academische graad bezitten. Voor die tijd, maar na het afleggen van het doctoraal examen is men doctorandus (Drs.) wat tegenwoordig ook een titel is, al betekent het woord: hij die nog doctor moet worden, hij die nog moet promoveren. De naam dokter wordt alleen gebruikt voor hem die in de medicijnen is afgestudeerd. Hij is arts, medicus, geneesheer.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

doctor (Latijn doctor)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Doctor (Dr., Lat.: leeraar), is de titel van hem of haar, die aan een Hoogeschool of in een der 5 faculteiten eener Universiteit is gepromoveerd. (Er zijn 4 hoogescholen: de Technische – te Delft; de Landbouw – te Wageningen; de Veeartsenijkundige – te Utrecht en de Handels – te Rotterdam.) Het recht tot promotie wordt verkregen na gunstig afgelegd doctoraal examen. De promovendus (d. i. degene, die promoveeren wil) moet bij private promotie voor de hoogleeraren der betrokken faculteit, bij publieke promotie voor den Senaat der universiteit een proefschrift over een onderwerp naar eigen keuze schrijven, gevolgd door minstens 6 “stellingen”, die hij verdedigen moet. (“Stellingen” zijn wetenschappelijke beweringen of ook uitkomsten van eigen onderzoek.)
Meermalen, vooral bij gewichtige feesten (zie Dies) verheft een universiteit een of ander persoon, die zich op wetenschappelijk gebied verdienstelijk heeft gemaakt, honoris causa, d. i. eershalve tot doctor.
Om tot een hoogeschool of een universiteit te worden toegelaten, moet men in ’t bezit zijn van ’t einddiploma gymnasium of diploma staatsexamen; bezit men einddiploma A, dan kan men alleen studeeren en promoveeren: in rechtsgeleerdheid, in letteren en wijsbegeerte, of in godgeleerdheid; met diploma B in rechtsgeleerdheid, in wis- en natuurkunde of in geneeskunde. Bezit men einddiploma eener H. B. S. met 5-jarigen cursus, dan kan men studeeren en promoveeren aan de vier Hoogescholen of aan de Universiteit in geneeskunde of in wis- en natuurkunde.
Wie in de rechten gepromoveerd was, heette vroeger Mr. of doctor juris; thans alleen dit laatste; “meester in de rechten” is nu ieder, die voor het doctoraal examen geslaagd is (dus nog niet is gepromoveerd).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

doctor ‘iemand met een academische graad’ -> Indonesisch doktor ‘iemand met een academische graad’; Javaans dhokter ‘iemand met een academische graad’; Menadonees doktor ‘iemand met een academische graad’; Minangkabaus doto, dotor ‘iemand met een academische graad’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

doctor academische graad 1557 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut