Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dobber - (drijver)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dobber zn. ‘drijver’
Mnl. dober ‘ankerboei, drijver’ [voor 1410; MNW lichten], dobber ‘id.’ [1415; MNW raex]; vnnl. Vlot van biesen = dobber ‘drijver, boei van biezen’ [1599; Kil.], dobber ‘drijvertje aan een (hengel)lijn’ [1613; WNT zadel I].
Dobber heeft een beperkt verspreidingsgebied, de etymologie is duister. Eventueel is er verband met mnl. dubben, dobben ‘(onder)dompelen’ [1350; MNW], ‘uitgraven, duwen’, een woord dat verwant is met de wortel van → diep. Geïsoleerd Antwerps dobber ‘draaitol, top’ biedt weinig houvast.
Mnd. dobber ‘ankerboei’; nfri. dobber, dôper ‘kurk, houten blokje (bij het vissen)’.
Lit.: Cornelissen en Vervliet (1899) Idioticon van het Antwerpsch dialect

EWN: dobber zn. 'drijver' (voor 1410)
ANTEDATERING: dat een sciphere zinen dober van sinen anker ghesneden wort 'dat een schipper z'n ankerboei van zijn anker gesneden wordt' [1256-1370; iMNW lichten I]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dobber* [drijver] {ca. 1412} mogelijk gevormd bij middelnederlands dubben, dobben [onderdompelen], mogelijk verwant met diepdobbe.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dobber znw. m., mnl. dobber ‘ankerhout, boei, ton’, Kiliaen ‘dobber, ankerboei, zwemboei’; dial. ook dobbel, mnd. dobber, ankerboei’. — > amerik. eng. dobber (vgl. J. H. Neumann JEGPh 44, 1954, 275).

De etymologie is twijfelachtig. 1. Let men op de bijvorm dobbel dan kan men aanknopen aan de onder dobbelen genoemde woorden en uitgaan van ‘vierkant stuk hout’, op het water drijvend om als boei te dienen. — 2. Men kan ook verband zoeken met de onder diep behandelde wortel *dheup, vgl. oe. dūfan ‘onderdompelen, zinken’ (? FW 120), maar de betekenis past slecht en het ww. is in het nnl. niet overgeleverd. — 3. afgeleid van dobbe (Heeroma Ts. 61, 1942, 45-77), dat naar de betekenis ook slecht past.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dobber znw., mnl. (Mnl. Handwdb.) dobber m. “hout van het anker, ton, boei”, bij Kil. “dobber, ankerboei, zwemboei”, dial ook dobbel. = mnd. dobber “dobber, ankerboei”. Of van germ. ðū̆f-, -ƀ- (ags. dûfan “onderduiken” enz., zie bij diep), waarbij ook mnl., dial. nnl. dubben “onderdompelen” en “in het onzekere zijn” (eig. “op en neer gaan”, vgl. ons dobberen tusschen hoop en vrees) hooren, òf (minder waarsch.) bij de onder deuvik besproken woordfamilie.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dobber m., afgel. van dobben (z. dubben) = op en neer drijven.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Dobber van dobben = drijvend op en neer gaan; „Nu dobde hij in al de golven” (Jan Luyken); het frequ. is dobberen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dobber ‘drijver’ -> Deens dobbe ‘drijver’ (uit Nederlands of Engels); Noors dobbe ‘drijver’ (uit Nederlands of Nederduits); Amerikaans-Engels dialect dobber ‘drijver’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dobber* drijver 1412 [HWS]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

432. Een harde dobbel.

In de uitdrukking hij zal een harden (of kwaden) dobbel hebben, hij zal het hard te verantwoorden hebben, het is te vreezen, dat hij (voor de ziekte, in den strijd, enz.) bezwijken zal. Ontleend aan het dobbelspel, zoodat de uitdr. eigenlijk wil zeggen: hij heeft veel kans van mis te dobbelen, hij zal veel moeite hebben het te winnen, hij zal tegen twaalf oogen dobbelen; vgl. het mnl. dobbel, in den zin van dobbelspel (Mnl. Wdb. II, 218). In de 17de eeuw komt de uitdr. voor in Snorp. 33: Heytse een qua dobbel gehadt, of heytse gien gelt om te betalen; II, 20: Hy moet een quae dobbel ghehadt hebben; zie verder bij Halma, 113: Eenen quaaden dobbel hebben, perdre au jeu, avoir du malheur au jeu; bij Sewel, 178: Als hy maar eens een kwaade dobbel krygt, if he once comes off a looser. Beide woordenboekschrijvers vatten de spreekwijze op in den letterlijken zin van verliezen (in het dobbelspel); thans vatten wij haar uitsluitend figuurlijk op. In de Zaanstreek en elders hoort men: 't Zal een zware, harde dobber zijn, in denzelfden zin van: het zal er om spannen, het is zeer de vraag of het goed zal gaan (Boekenoogen, 153-154), waarbij aan een schip kan gedacht worden, dat in den storm op de baren dobbert. Vgl. Handelsblad 9 Sept. 1914 p. 2 k. 2 (avondbl.): Als het Engelsche expeditiecorps in Frankrijk op dezelfde zakelijke wijze te werk gaat als de 3000 man te Ostende, dan zullen de Duitsche troepen een harden dobber hebben; Het Volk, 1 Juli 1914, p. 2 k. 4: Loopen zij in hun vol getal over naar den man der concentratie, dan zullen wij een heelen dobber hebben; 24 Juni 1914, p. 2 k. 1: Maar het voorstel zou in ieder geval een harden dobber hebben gehad. In Friesland: hy dobbelt er om en hy scil in hirde dobbel (ook dobber) ha; vgl. ook Molema, 512: 't zel d'r om dobbeln, 't zal er om dingen, 't kan evengoed niet als wel gelukken; Bergsma, 90: de kerel is doodmin: hij krig 'r 'n dobbel an; Opprel, 52 a: der zel en kwajen dobbel over loope, het zal verkeerd uitkomen; Harreb. I, 138 a.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut