Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dividend - (periodieke winstuitkering)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dividend zn. ‘periodieke winstuitkering’
Nnl. divident ‘winstuitkering’ [1745; WNT wisselgeld].
Ontleend aan Frans dividende, meestal in het mv. dividendes ‘winstuitkering’ [1742; Rey], eerder al dividente [1735; Rey], vroeger ook ‘wat gedeeld, verdeeld moet worden’ [1555; Rey] < Latijn dīvidendum ‘wat verdeeld moet worden’, bij het werkwoord dīvidere ‘verdelen, indelen, scheiden’, gevormd uit → dis- ‘uiteen, in tweeën’ en *videre, dat verwant is met Latijn viduus, -a ‘weduwnaar, weduwe’, zie → weduwe en Sanskrit vindháte ‘leeg zijn’.

EWN: dividend zn. 'periodieke winstuitkering' (1745)
ANTEDATERING: vnnl. om zo veel dividenten of parten ('aandelen') te ontfangen, van de jaarlijksche Fonds [1693; E.Mercurius, 48]
Later: de Actien ('aandelen') waren 's avonds 815, het divident daar in vervat [1720; Leydse courant (KB) 9/9]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dividend [periodieke winstuitkering] {1745} < frans dividende < latijn dividendum [dat wat verdeeld moet worden], gerundivum van dividere [verdelen, splitsen, scheiden].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

dividend s.nw.
Winsuitbetaling aan aandeelhouers in 'n onderneming.
Uit Ndl. dividend (1745). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm diwidend.
Ndl. dividend uit Fr. dividende uit Latyn dividendum 'dit wat verdeel moet word', met lg. van dividere 'verdeel, skei'.
D. Dividende (18de eeu), Eng. dividend (1690), It. dividendo, Port. dividendo, Sp. dividendo.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

dividend (Frans dividende)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Dividend (Lat.: dividendum = wat te verdeelen is) noemt men de winst, die een of andere maatschappij of onderneming oplevert en onder de aandeelhouders wordt verdeeld. Is bijv. het maatschappelijk kapitaal (de som der aandeelen) 300.000 gld. en is er in het vereenigingsjaar bijv. 12000 gld. zuivere winst behaald, dan kan er 4 % dividend worden uitgekeerd. In voorspoedige jaren wordt evenwel vaak een gedeelte bewaard voor een mager jaar. (Reserve = bewaring.)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dividend ‘periodieke winstuitkering’ -> Duits Dividende ‘periodieke winstuitkering’ (uit Nederlands of Frans);? Deens dividende ‘periodieke winstuitkering’ ;? Noors dividende ‘periodieke winstuitkering’ ; Russisch dividént ‘bedrag dat aan aandeelhouders in een onderneming uit de winst wordt uitgekeerd’; Indonesisch dividén ‘periodieke winstuitkering’; Papiaments dividènt ‘periodieke winstuitkering’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dividend periodieke winstuitkering 1745 [WNT wisselgeld] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut