Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

dissel - (disselboom)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

dissel 2 zn. ‘boom aan een wagen’
Vnnl. dissel, disel, diesele [1507; MNHWS], dijssel ‘disselboom’ [1552; Apherdianus], de dijssel van eenen waghen ‘disselboom’ [1562; Kil.]; nnl. West-Vlaams dijsel.
Os. thīsla (mnd. dis(s)el); ohd. dīhsala (nhd. Deichsel); nfri. tiksel; oe. þixl, þisl; on. þísl (nzw. tistel); < pgm. *þīhsl-, dat via *þinhsl- teruggaat op *þenhsl- (-e- > -i- voor gedekte nasaal, vervolgens wegval van -n- voor -h, met compensatierekking).
Verwant met Avestisch anjay- ‘trekken, spannen’, Oudkerkslavisch tęgnǫti ‘trekken’ en met een afwijkend achtervoegsel Latijn tēmō (< *tenksmō) ‘dissel’, bij de wortel pie. *tengh- ‘trekken’ (IEW 1067) of *thengh- (Rix 2001).

EWN: dissel 2 zn. 'boom aan een wagen' (1507)
ANTEDATERING: onl. –dissel 'wagenboom' in: in Tredissel [1181-1210; ONW]
Later: mnl. disle 'dissel, boom van een wagen' [1240; VMNW]
{De oudste vorm in het EWN uit 1507 is disselboom en niet dissel, disel of diesele.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

dissel2* [disselboom] {dissel, diesele 1460-1514} oudsaksisch thisla, oudhoogduits dīhsala, oudengels ðīsl(e), oudnoors þīsl; buiten het germ. latijn temo [disselboom].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

dissel 2 znw. m. ‘disselboom’, mnl. diesel, os. thīsla, ohd. dīhsala (nhd. deichsel), oe. ðīxl, ðīsl(e), on. þīsl < germ. *þinhsla, *þinhsila.

Men verbindt dit woord gewoonlijk met een idg. wt. *tengh ‘trekken, spannen’, vgl. av. thanjayeiti ‘trekken, de boog spannen’, lat. temo (< *tenksmo) ‘dissel’, osl. tęgnąti ‘trekken’, lit. tingùs ‘traag’ en verder on. þungr ‘zwaar’ (IEW 1067).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

dissel II (disselboom), dial. ook dîsel, mnl. diesel, *dissel (v.?). = ohd. dîhsala v. (nhd. deichsel), os. thîsla v., ags. ðîxl, ðîsl, ðîsle v., on. þîsl v. “dissel”, germ. *þîχslô(n)- uit *þiŋχslô(n)- < *þeŋχslô(n)-, idg. *teŋqslâ- (of met ?). Verwant met lat. têmo “dissel” (*teŋksmon-), opr. teansis “id.”, misschien ook hierbij lat. telo “pompzwengel” bij Isidorus. Verdere combinaties zijn onzekerder. Wellicht met idg. -qs- uit -gs- bij av. ϑanǰ-aya-, obg. tęgnąti “trekken”? Samenhang hoogerop met den bij gedijen besproken wortel teŋq- is niet wsch. te maken.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

dissel II (disselboom). Lat. têmo ‘dissel’ wordt ook wel op andere grondvormen herleid, maar zal in ieder geval verwant zijn.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

dissel 2 m. (disselboom), Mnl. diesele, Os. thîsla, + Ohd. dîhsala (Mhd. dîhsel, Nhd. deichsel), Ags. dísle, On. þĭsl: Ug. *þîhsl- uit *þeŋhsl- + Lat. temo (Fr. timon), Idg. *teŋksm-.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

dissel II: veral nog in disselboom; Ndl. dissel (Mnl. diesel, dial. dīsel), Hd. deichsel, verb. m. Lat. temo, “balk, paal”, misk. ook m. Lat. telo, “pompswingel”, ander verw. onseker.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

dissel ‘disselboom’ -> Sranantongo desre ‘stang aan wagens voor de verbinding met paard of auto’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

dissel* disselboom 1460-1514 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut